Zaak C-190/18: Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 30 mei 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de juge de paix du premier canton de Schaerbeek — België) — Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) / Gherasim Sorin Rusu (Prejudiciële verwijzing — Artikel 53, lid 2, en artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof — Onvoldoende preciseringen over de feitelijke en juridische context van het hoofdgeding en over de redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vragen noodzakelijk is — Kennelijke niet-ontvankelijkheid)
C2762018NL1110120180530NL0015111111
Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 30 mei 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de juge de paix du premier canton de Schaerbeek — België) — Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS) / Gherasim Sorin Rusu
(Zaak C-190/18) ( 1 )
„(Prejudiciële verwijzing — Artikel 53, lid 2, en artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof — Onvoldoende preciseringen over de feitelijke en juridische context van het hoofdgeding en over de redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vragen noodzakelijk is — Kennelijke niet-ontvankelijkheid)”2018/C 276/15Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Juge de paix du premier canton de Schaerbeek
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen (NMBS)
Verwerende partij: Gherasim Sorin Rusu
Dictum
Het door de juge de paix du premier canton de Schaerbeek (België) bij beslissing van 20 februari 2018 ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet-ontvankelijk.
( 1 ) PB C 166 van 14.5.2018.
Full & Egal Universal Law Academy