26.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 288/5
Beschikking van het Hof (Tweede kamer) van 12 juni 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo — Spanje) — María Teresa Aragón Carrasco e.a./Administración del Estado
(Zaak C-367/18) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Artikel 53, lid 2, en artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausule 4 - Niet-discriminatiebeginsel - Vergelijkbaarheid van situaties - Rechtvaardiging - Clausule 5 - Vergoeding bij beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd om objectieve redenen - Geen vergoeding bij ontslag van tijdelijke werknemers)
(2019/C 288/05)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: María Teresa Aragón Carrasco, María Eugenia Cotano Montero, María Gloria Ferratges Castellanos, Raquel García Ferratges, Elena Muñoz Mora, Ángela Navas Chillón, Mercedes Noriega Bosch, Susana Rizo Santaella, Desamparados Sánchez Ramos, Lucía Santana Ruiz en Luis Salas Fernández (als erfgenaam van Lucía Sánchez de la Peña)
Verwerende partij: Administración del Estado
Dictum
1)
Clausule 4, lid 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling die niet voorziet in betaling van een vergoeding bij ontslag zonder reden van tijdelijke werknemers met een vertrouwensfunctie of specifieke adviesfunctie als die in het hoofdgeding, ook al krijgen werknemers in vaste dienst bij beëindiging van hun arbeidsovereenkomst om objectieve redenen wel een vergoeding.
2)
De tweede en de derde vraag van het Tribunal Supremo (hoogste rechterlijke instantie, Spanje) zijn kennelijk niet-ontvankelijk.
(1) PB C 294 van 20.8.2018.
Full & Egal Universal Law Academy