19.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Letland) op 2 januari 2018 — SIA „Oriola Rīga”/Valsts ieņēmumu dienests
(Zaak C-1/18)
(2018/C 104/23)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa
Partijen in het hoofdgeding
Rekwirant: SIA „Oriola Rīga”
Andere partij in de procedure in hogere voorziening: Valsts ieņēmumu dienests
Prejudiciële vragen
1)
Moet er bij de invoer van geneesmiddelen voor de berekening van de douanewaarde van de ingevoerde goederen met toepassing van artikel 30, lid 2, onder b), van verordening (EEG) nr. 2913/92 (1) van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek en artikel 151, lid 4, van verordening (EEG) nr. 2454/93 (2) van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, van worden uitgegaan dat als soortgelijke goederen moeten worden beschouwd geneesmiddelen die dezelfde (of een soortgelijke) werkzame stof bevatten in dezelfde (of een soortgelijke) hoeveelheid, of moet bij de identificatie van soortgelijke goederen ook rekening worden gehouden met de marktpositie, dat wil zeggen met de populariteit van en de vraag naar het desbetreffende geneesmiddel en de fabrikant ervan?
2)
Kan de in artikel 152, lid 1 onder b), van verordening nr. 2454/93 […] [uitvoeringsverordening] vastgestelde termijn van negentig dagen op soepele wijze worden toegepast wanneer de douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt vastgesteld volgens artikel 30, lid 2, onder c), van verordening nr. 2913/92 […] [communautair douanewetboek]?
3)
Indien de voornoemde termijn op soepele wijze kan worden toegepast, moet dan voorrang worden gegeven aan gegevens betreffende transacties die zijn verricht op een tijdstip dat de invoer van de goederen waarvan de waarde moet worden bepaald dichter benadert en die betrekking hebben op identieke of soortgelijke goederen die in voldoende hoeveelheden worden verkocht om de prijs per eenheid te kunnen bepalen, dan wel aan transacties die weliswaar verderaf liggen maar die specifiek betrekking hebben op de ingevoerde goederen?
4)
Moeten bij de vaststelling van de douanewaarde van de ingevoerde goederen met toepassing van artikel 30, lid 2, onder c), van verordening nr. 2913/92 […] [communautair douanewetboek] de toegekende kortingen die tot de reële prijs hebben geleid waartegen de goederen daadwerkelijk zijn verkocht, in aanmerking worden genomen?
(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB 1992, L 302, blz. 1).
(2) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB 1993, L 253, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy