19.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/19
Hogere voorziening ingesteld op 2 januari 2018 door de Confédération européenne des associations d’horlogers-réparateurs (CEAHR) tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 23 oktober 2017 in zaak T-712/14, Confédération européenne des associations d’horlogers-réparateurs (CEAHR) / Europese Commissie
(Zaak C-3/18 P)
(2018/C 104/25)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Confédération européenne des associations d’horlogers-réparateurs (CEAHR) (vertegenwoordiger: P. A. Benczek, Rechtsanwalt)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, LVMH Moët Hennessy-Louis Vuitton SA, Rolex, SA, The Swatch Group SA
Conclusies
—
het dictum van het arrest van het Gerecht vernietigen;
—
het besluit van de Commissie van 29 juli 2014 in zaak AT.39097 — Reparatie van horloges, nietig verklaren;
—
subsidiair de zaak voor verdere behandeling naar het Gerecht terugverwijzen;
—
de Commissie en de interveniënten verwijzen in de kosten die zijzelf en de CEAHR zullen hebben gemaakt in verband met de procedure in eerste aanleg en de onderhavige hogere voorziening;
—
subsidiair interveniënten verwijzen in hun eigen kosten van de procedure in eerste aanleg en van de onderhavige hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Eerste middel: het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door een vergelijking te maken tussen de beoordeling van stelsels van selectieve distributie in de rechtspraak van het Hof en de eigen beoordeling van het stelsel van selectieve reparatie dat in deze zaak aan de orde is.
Tweede middel: het Gerecht heeft blijk gegeven van verschillende onjuiste rechtsopvattingen en heeft verschillende beoordelingsfouten gemaakt, door te oordelen dat de stelsels van selectieve reparatie en de weigeringen om te leveren die in deze zaak aan de orde zijn, gerechtvaardigd en evenredig zijn. Rekwirante voert aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een kennelijk onjuiste opvatting door te oordelen dat de Commissie mocht besluiten dat het stelsel van selectieve reparatie en de weigering om te leveren die in deze zaak aan de orde zijn, wordt gerechtvaardigd door de complexiteit van prestigehorloges. Voorts voert zij aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een kennelijk onjuiste opvatting door te oordelen dat de Commissie mocht besluiten dat het stelsel van selectieve reparatie en de weigering om te leveren die in deze zaak aan de orde zijn, wordt gerechtvaardigd door het feit dat er een risico op namaak van prestigehorloges bestaat. Het Gerecht heeft blijk gegeven van een kennelijk onjuiste opvatting door te oordelen dat de Commissie mocht besluiten dat de voorwaarden die de horlogefabrikanten opleggen, waarschijnlijk niet verder gaan dan noodzakelijk is.
Derde en vierde middel: rekwirante betwist de kennelijk onjuiste beoordeling door het Gerecht van het gevolg van de weigering om vervangstukken te leveren voor het bestaan van daadwerkelijke mededinging op de markten van de reparatie en het onderhoud van de horloges in kwestie, alsmede het daarmee verbonden oordeel dat de kans klein was dat in deze zaak misbruik van een machtpositie zou kunnen worden aangetoond. Rekwirante voert aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting door te oordelen dat er mededinging is tussen erkende reparateurs onderling en tussen deze reparateurs en de interne reparatiecentra van de fabrikanten.
Vijfde middel: rekwirante voert aan dat het Gerecht procedurele rechten heeft geschonden door haar niet toe te staan te antwoorden op de memories in interventie, op grond dat zij ten gevolge van buitengewone omstandigheden een termijn niet in acht had genomen, en door te weigeren de mondelinge behandeling te heropenen na rekwirantes verzoek om nieuw bewijsmateriaal over te leggen.
Zesde middel: rekwirante voert aan dat het Gerecht heeft nagelaten zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken bij de beoordeling of interveniënten hun eigen kosten van de procedure in eerste aanleg moeten dragen.
Full & Egal Universal Law Academy