26.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 112/21
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Okrazhen sad Blagoevgrad (Bulgarije) op 16 januari 2018 — Bryan Andrew Ker / Pavlo Postnov, Natalia Postnova
(Zaak C-25/18)
(2018/C 112/28)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Okrazhen sad Blagoevgrad
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bryan Andrew Ker
Verwerende partijen: Pavlo Postnov, Natalia Postnova
Prejudiciële vragen
1)
Liggen besluiten van rechtsgemeenschappen zonder rechtspersoonlijkheid die van rechtswege ontstaan op grond van het bijzondere bezit van een recht, en die door de meerderheid van hun leden zijn vastgesteld maar verbindend zijn voor alle leden, ook die welke niet gestemd hebben, ten grondslag aan een „verbintenis uit overeenkomst” voor de vaststelling van de internationale bevoegdheid op grond van artikel 7, punt 1, onder a), van verordening (EU) nr. 1215/2012 (1)?
2)
Voor het geval dat de eerste vraag ontkennend zou worden beantwoord: dienen op dergelijke besluiten de voorschriften over de vaststelling van het bij contractuele verhoudingen toepasselijke recht die zijn vervat in verordening (EG) nr. 593/2008 (2) van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) te worden toegepast?
3)
Voor het geval dat de eerste en de tweede vraag ontkennend zouden worden beantwoord: dienen op dergelijke besluiten de voorschriften van verordening (EG) nr. 864/2007 (3) van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) te worden toegepast, en welke van de in die verordening genoemde rechtsgronden voor niet-contractuele vorderingen is in dit geval relevant?
4)
Voor het geval dat de eerste of de tweede vraag bevestigend zou worden beantwoord: dienen besluiten van verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid over uitgaven voor het onderhoud van een gebouw te worden aangemerkt als een „overeenkomst inzake dienstverlening” in de zin van artikel 4, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) of als een overeenkomst over een „zakelijk recht” of „huur” in de zin van artikel 4, lid 1, onder c), van deze verordening?
(1) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2012, L 351, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB 2008, L 177, blz. 6).
(3) Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) (PB 2007, L 199, blz. 40).
Full & Egal Universal Law Academy