26.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 112/24
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State (België) op 24 januari 2018 — Aannemingsmaatschappij CFE/Brussels Hoofdstedelijk Gewest
(Zaak C-43/18)
(2018/C 112/31)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Aannemingsmaatschappij CFE NV
Verwerende partij: Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Prejudiciële vragen
1)
Is een besluit waarbij een orgaan van een lidstaat een speciale beschermingszone aanwijst overeenkomstig richtlijn 92/43/EEG [van de Raad] van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (1) en dat instandhoudingsdoelstellingen en algemene preventieve maatregelen van regelgevende aard bevat, een plan of programma in de zin van richtlijn 2001/42/EG [van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2001] betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma’s (2)?
2)
Is, meer in het bijzonder, een dergelijk besluit onderworpen aan artikel 3, lid 4, [van richtlijn 2001/42] als zijnde een plan of programma dat het kader vormt voor de toekenning van toekomstige vergunningen voor projecten, waaruit volgt dat de lidstaten overeenkomstig lid 5 moeten bepalen of het aanzienlijke milieueffecten kan hebben?
3)
Moet artikel 3, lid 2, onder b), van richtlijn [2001/42] betreffende de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde [plannen en programma’s] aldus worden uitgelegd dat een dergelijk aanwijzingsbesluit niet valt onder artikel 3, lid 4, van deze richtlijn?
(1) PB 1992, L 206, blz. 7.
(2) PB 2001, L 197, blz. 30.