Zaak C-335/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sofiyski gradski sad (Bulgarije) op 23 mei 2018 — Strafzaak tegen AK
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sofiyski gradski sad (Bulgarije) op 23 mei 2018 — Strafzaak tegen AK
(Zaak C-335/18)
2018/C 276/31Procestaal: BulgaarsVerwijzende rechter
Sofiyski gradski sad
Partij in de strafzaak
AK
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 4, lid 2, van verordening nr. 1889/2005 ( 1 ) van het Europees Parlement en de Raad aldus te worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling die voorziet in de automatische confiscatie van een in bewaring genomen geldbedrag dat niet volgens de regels is aangegeven bij het overschrijden van de buitengrens van de Europese Unie, louter op grond dat geen aangifte van dit geldbedrag is gedaan en zonder dat de confiscatie nodig is teneinde de herkomst van het bedrag vast te stellen?
2)
Dient artikel 9, lid 1, van verordening nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad aldus te worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling die op het in de eerste vraag genoemde strafbare feit niet alleen een gevangenisstraf van maximaal vijf jaar of een geldboete ter hoogte van een vijfde van de waarde van het voorwerp van het strafbare feit stelt, maar ook voorziet in de verplichte confiscatie van het voorwerp van het strafbare feit, zonder dat de herkomst van het niet-aangegeven bedrag een rol speelt?
( 1 ) Verordening (EG) nr. 1889/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende de controle van liquide middelen die de Gemeenschap binnenkomen of verlaten (PB 2005, L 309, blz. 9).