Zaak C-337/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 23 mei 2018 — Via Lattea Scrl e.a. / Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura (AGEA), Regione Veneto
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 23 mei 2018 — Via Lattea Scrl e.a. / Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura (AGEA), Regione Veneto
(Zaak C-337/18)
2018/C 285/39Procestaal: ItaliaansVerwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Via Lattea Scrl, Alba Gilberto, Antonio Barausse, Gabriele Barausse, Azienda Agricola Benvegnù Gianni Battista e Giangaetano s.s., Domenico Brogliato s.s., Cesare Filippi, Michele Filippi, Fontana Fidenzio e Fabrizio s.s., Giovanni Gastaldello, Tiziano Giaretta, Azienda Agricola Guadagnin Gianni ed Emanuele s.s., Il Moretto di Martinazza Laura s.s., Marini Alessandro e Domenico s.s., Azienda Agricola Milan Sergio & C. s.s., Matteo Mosele, Luciano Mosele, Ennio Mosele, Renato Munaretto, Azienda Agricola Pain di Gazzola Luigi, Azienda Agricola Parise Luigi, Angelo, Francesco e Giancarlo, Sillo Zefferino Maurizio s.s., Storti Danilo e Nicoletta s.s., Tosatto Paolo e Federico s.s., Vivaldo Emilio e Pierino s.s., Giuseppe Zanettin
Verwerende partijen: Agenzia per le Erogazioni in Agricoltura (AGEA), Regione Veneto
Prejudiciële vragen
1)
Moet, in een situatie als die welke hier is beschreven en in het hoofdgeding aan de orde is, het Unierecht in die zin worden uitgelegd dat de omstandigheid dat een wettelijke bepaling van een lidstaat in strijd is met artikel 2, lid 2, derde alinea, van verordening (EEG) nr. 3950/92 ( 1 ), tot gevolg heeft dat de producenten met een beroep op de bepalingen van die verordening niet verplicht zijn de extra heffing te betalen?
2)
Moet, in een situatie als die welke hier is beschreven en in het hoofdgeding aan de orde is, het Unierecht en in het bijzonder het algemene beginsel van bescherming van het vertrouwen, in die zin worden uitgelegd dat het vertrouwen van rechtssubjecten die hebben voldaan aan een door een lidstaat opgelegde verplichting en die profijt hebben gehad van de gevolgen die aan het nakomen van genoemde verplichting zijn verbonden, niet kan worden beschermd wanneer blijkt dat die verplichting in strijd is met het Unierecht?
3)
Staan, in een situatie als die welke hier is beschreven en in het hoofdgeding aan de orde is, artikel 9 van verordening (EG) nr. 1392/2001 ( 2 ) en het Unierechtelijke begrip „prioritaire categorie” in de weg aan een bepaling van een lidstaat, zoals artikel 2, lid 3, van voorlopig wetsbesluit nr. 157/2004 van de Italiaanse Republiek, waarin de restitutie van een teveel aan extra heffing betaald bedrag op verschillende manieren is geregeld, waarbij ter zake van de termijnen en de wijze van restitutie onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds producenten die zich plichtsgetrouw hebben gehouden aan een nationale bepaling die in strijd blijkt te zijn met het Unierecht, en anderzijds producenten die zich niet aan die bepaling hebben gehouden?
( 1 ) Verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad van 28 december 1992 tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelproducten (PB 1992, L 405, blz. 1).
( 2 ) Verordening (EG) nr. 1392/2001 van de Commissie van 9 juli 2001 houdende vaststelling van de uitvoeringsbepalingen van verordening (EEG) nr. 3950/92 van de Raad tot instelling van een extra heffing in de sector melk en zuivelproducten (PB 2001, L 187, blz. 19).