3.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Szekszárdi Járásbíróság (Hongarije) op 5 juni 2018 — Weil Ágnes / Gulácsi Géza
(Zaak C-361/18)
(2018/C 311/05)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Szekszárdi Járásbíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Weil Ágnes
Verwerende partij: Gulácsi Géza
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 53 van verordening (EU) nr. 1215/2012 (1) aldus worden uitgelegd dat het gerecht van de lidstaat dat de beslissing heeft genomen het in dat artikel bedoelde certificaat van die beslissing op verzoek automatisch moet afgeven, zonder te onderzoeken of de beslissing onder de werkingssfeer van verordening (EU) nr. 1215/2012 valt?
2)
Indien het antwoord op de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord, moet artikel 1, lid 2, onder a), van verordening (EU) nr. 1215/2012 dan aldus worden uitgelegd dat een vordering tot terugbetaling tussen partners in een ongeregistreerd levenspartnerschap valt onder de vermogensrechtelijke regelingen met betrekking tot relatievormen die (rechts-)gevolgen hebben die vergelijkbaar zijn met die van het huwelijk?
(1) Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (PB 2012, L 351, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy