Zaak C-377/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 8 juni 2018 — Strafzaak tegen AH, PB, CX, KM, PH
C2942018NL2720120180531NL0037272282
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Spetsializiran nakazatelen sad (Bulgarije) op 8 juni 2018 — Strafzaak tegen AH, PB, CX, KM, PH
(Zaak C-377/18)2018/C 294/37Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Spetsializiran nakazatelen sad
Partijen in de strafzaak
AH, PB, CX, KM, PH
Prejudiciële vraag
Is nationale rechtspraak volgens welke in de tekst van een schikking (die wordt getroffen in het kader van een strafrechtelijke procedure) als pleger van een strafbaar feit niet alleen de verdachte moet worden genoemd die heeft erkend schuldig te zijn aan dat strafbare feit en de schikking heeft getroffen, maar ook andere verdachten — de medeplegers van het strafbare feit –, die deze schikking niet hebben getroffen, die niet hebben erkend schuldig te zijn en tegen wie de normale strafrechtelijke procedure zal worden voortgezet, maar die ermee hebben ingestemd dat de eerstgenoemde verdachte de schikking treft, verenigbaar met artikel 4, lid 1, eerste zin, juncto overweging 16, eerste zin, en overweging 17 van richtlijn 2016/343 ( 1 )?
( 1 ) Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB 2016, L 65, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy