Zaak C-382/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State (Nederland) op 11 juni 2018 — V.G., andere partij: Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
C2942018NL2910120180611NL0040291302
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State (Nederland) op 11 juni 2018 — V.G., andere partij: Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
(Zaak C-382/18)2018/C 294/40Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: V.G.
Andere partij: Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Prejudiciële vragen
1)
Is het Hof, gelet op artikel 3, derde lid, van richtlijn 2003/86/EG ( 1 ) […] en het arrest Nolan (ECLI:EU:C:2012:638), bevoegd prejudiciële vragen van de Nederlandse rechter te beantwoorden over de uitleg van bepalingen van deze richtlijn in een geding betreffende een verzoek om toegang en verblijf van een gezinslid van een gezinshereniger die de Nederlandse nationaliteit bezit, indien deze richtlijn in het Nederlandse recht op rechtstreekse en onvoorwaardelijke wijze van toepassing is verklaard op dat soort gezinsleden?
2)
Moet artikel 6, eerste lid, van richtlijn 2003/86/EG […] aldus worden uitgelegd dat voor de afwijzing van een verzoek om toegang en verblijf van een gezinslid om redenen van openbare orde, is vereist dat wordt gemotiveerd dat de persoonlijke gedragingen van het desbetreffende gezinslid een daadwerkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen?
3)
Indien vraag [2] ontkennend moet worden beantwoord, welke motiveringseisen moeten volgens artikel 6, eerste lid, van richtlijn 2003/86/EG gelden voor de afwijzing van een verzoek om toegang en verblijf van een gezinslid om redenen van openbare orde?
Moet artikel 6, eerste lid, van richtlijn 2003/86/EG […] aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale praktijk volgens welke een verzoek om toegang en verblijf van een gezinslid om redenen van openbare orde kan worden afgewezen op grond van veroordelingen tijdens een eerder verblijf in de desbetreffende lidstaat, waarbij aan de hand van de criteria uit de arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het EHRM) van 2 augustus 2001, Boultif tegen Zwitserland, ECLI:CE:ECHR:2001:0802JUD005427300, en 18 oktober 2006, Üner tegen Nederland, ECLI:CE:ECHR:2006:1018JUD004641099, een belangenafweging wordt gemaakt tussen het belang van het desbetreffende gezinslid en de desbetreffende gezinshereniger om in Nederland het recht op gezinshereniging uit te oefenen enerzijds en het belang van de Nederlandse staat om de openbare orde te beschermen anderzijds?
( 1 ) Richtlijn van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB 2003, L 251, blz. 12).
Full & Egal Universal Law Academy