Zaak C-386/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Nederland) op 11 juni 2018 — Coöperatieve Producentenorganisatie en Beheersgroep Texel UA tegen Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
C2942018NL3110120180611NL0043311322
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (Nederland) op 11 juni 2018 — Coöperatieve Producentenorganisatie en Beheersgroep Texel UA tegen Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
(Zaak C-386/18)2018/C 294/43Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
College van Beroep voor het Bedrijfsleven
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Coöperatieve Producentenorganisatie en Beheersgroep Texel UA
Verweerder: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Prejudiciële vragen
1a)
Verzet artikel 66, eerste lid, van verordening (EU) nr. 508/2014 ( 1 ) van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad […], nu daarin is bepaald dat uit het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij subsidie „wordt” verleend voor de voorbereiding en uitvoering van productie- en afzetprogramma's als bedoeld in artikel 28 van verordening (EU) nr. 1379/2013 ( 2 ) van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 houdende een gemeenschappelijke marktordening voor visserijproducten en aquacultuurproducten, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1184/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad […], zich ertegen dat een lidstaat aan een producentenorganisatie die een aanvraag tot verlening van zodanige subsidie heeft ingediend, tegenwerpt dat deze lidstaat de mogelijkheid tot het doen van een dergelijke aanvraag ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een bepaalde categorie van uitgaven (in het onderhavige geval: kosten van de voorbereiding en uitvoering van productie- en afzetprogramma's) of voor een bepaald tijdvak (in het onderhavige geval: het jaar 2014) niet had opengesteld in haar door de Europese Commissie goedgekeurde operationele programma, noch in de nationale voorschriften ter bepaling van de subsidiabiliteit van uitgaven?
1b)
Is voor het antwoord op vraag 1a van belang dat de producentenorganisatie op grond van artikel 28 van verordening 1379/2013 verplicht is tot het opstellen van een productie- en afzetprogramma en, na goedkeuring van het productie- en afzetprogramma door de lidstaat, tot het uitvoeren van dat productie- en afzetprogramma?
2)
Indien vraag la aldus wordt beantwoord dat artikel 66, eerste lid, van verordening 508/2014 zich ertegen verzet dat een lidstaat aan een producentenorganisatie die een aanvraag tot verlening van subsidie voor de voorbereiding en uitvoering van productie- en afzetprogramma' s heeft ingediend, tegenwerpt dat deze lidstaat de mogelijkheid tot het doen van een dergelijke aanvraag ten tijde van de indiening van de aanvraag niet had opengesteld, kan de betrokken subsidieaanvrager dan aan artikel 66, eerste lid, van verordening 508/2014 rechtstreeks de rechtsgrondslag ontlenen voor een aanspraak jegens zijn lidstaat op het verlenen van de desbetreffende subsidie?
3)
Indien vraag 2 aldus wordt beantwoord dat de betrokken subsidieaanvrager aan artikel 66, eerste lid, van verordening 508/2014 in het in vraag 2 bedoelde geval rechtstreeks de rechtsgrond slag kan ontlenen voor een aanspraak jegens zijn lidstaat op het verlenen van de desbetreffende subsidie, verzet artikel 65, zesde lid, van verordening (EU) nr. 1303/2013 ( 3 ) van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad […] zich dan ertegen dat subsidie wordt verleend voor de voorbereiding en uitvoering van een productie- en afzetprogramma in de situatie dat de subsidieaanvraag wordt ingediend, nadat het productie- en afzetprogramma is voorbereid en uitgevoerd?
( 1 ) PB 2014, L 149, blz. 1
( 2 ) PB 2013, L 354, blz. 1
( 3 ) PB 2013, L 347, blz. 320
Full & Egal Universal Law Academy