Zaak C-397/18: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social de Barcelona (Spanje) op 15 juni 2018 — Ana María Páez Juárez / Nobel Plastiques Ibérica S.A.
C2942018NL3310120180615NL0046331342
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de lo Social de Barcelona (Spanje) op 15 juni 2018 — Ana María Páez Juárez / Nobel Plastiques Ibérica S.A.
(Zaak C-397/18)2018/C 294/46Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de lo Social de Barcelona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ana María Páez Juárez
Verwerende partij: Nobel Plastiques Ibérica S.A.
Andere partijen: Fondo de Garantía Salarial (FOGASA) en Ministerio Fiscal
Prejudiciële vragen
1)
Moeten werknemers die zijn aangemerkt als bijzonder kwetsbaar voor bepaalde risico’s worden beschouwd als personen met een handicap voor de doeleinden van richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep ( 1 ), zoals uitgelegd in de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, wanneer zij, als gevolg van hun eigen persoonlijke kenmerken of bekende biologische toestand bijzonder kwetsbaar zijn voor beroepsrisico’s en om die reden bepaald werk niet kunnen vervullen omdat daaraan een risico voor hun eigen gezondheid of die van andere personen is verbonden?
Indien het antwoord op de eerste vraag bevestigend luidt:
2)
Vormt het besluit tot ontslag van een werkneemster om economische, technische, organisatorische of productieredenen directe of indirecte discriminatie in de zin van artikel 2, lid 2, onder b), van richtlijn 2000/78 wanneer zij een erkende handicap heeft die ertoe leidt dat zij ten gevolge van haar lichamelijke aandoening bijzonder kwetsbaar is [voor bepaalde risico’s] verbonden aan bepaald werk en daardoor moeite heeft om het productiviteitsniveau te halen dat vereist is om niet door ontslag te worden getroffen?
3)
Vormt het besluit tot ontslag van een werkneemster om economische, technische, organisatorische of productieredenen directe of indirecte discriminatie in de zin van artikel 2, lid 2, onder b), van richtlijn 2000/78 wanneer zij een erkende handicap heeft die met zich meebrengt dat zij als gevolg van haar lichamelijke aandoening bijzonder kwetsbaar is [voor bepaalde risico’s] verbonden aan bepaald werk en het besluit wordt genomen op grond van, naast andere toepasselijke criteria, multi-inzetbaarheid in alle arbeidsfuncties, waaronder die welke de persoon met een handicap niet kan vervullen?
4)
Vormt het besluit tot ontslag van een werkneemster om economische, technische, organisatorische of productieredenen indirecte discriminatie in de zin van artikel 2, lid 2, onder b), van richtlijn 2000/78 wanneer zij een erkende handicap heeft en als gevolg van haar lichamelijke aandoening, die voorafgaand aan het ontslag tot lange perioden van afwezigheid en ziekteverzuim heeft geleid, bijzonder kwetsbaar is [voor bepaalde risico’s] verbonden aan bepaald werk, en het besluit wordt genomen op grond van, naast andere toepasselijke criteria, het verzuim van deze werkneemster?
( 1 ) PB 2000, L 303, blz. 16.
Full & Egal Universal Law Academy