22.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 381/15
Hogere voorziening, ingesteld op 9 augustus 2018 door Marion Le Pen tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 19 juni 2018 in zaak T-86/17, Le Pen / Europees Parlement
(Zaak C-525/18 P)
(2018/C 381/16)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirante: Marion Le Pen (vertegenwoordiger: R. Bosselut, advocaat)
Andere partijen in de procedure: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
het arrest van de Zesde kamer van het Gerecht van 19 juni 2018 in zaak T-86/17 vernietigen;
en bijgevolg:
—
het besluit van de secretaris-generaal van het Parlement van 5 december 2016, dat is vastgesteld ter uitvoering van artikel 68 van het gewijzigde besluit 2009/C 159/01 van het Bureau van het Europees Parlement van 19 mei en 9 juli 2008„houdende de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden van het Europees Parlement”, waarbij een vordering is vastgesteld ten belope van 298 497,87 EUR, nietig verklaren;
—
de op 6 december 2016 ter kennis gebrachte debetnota nr. 2016-1560 waarbij rekwirante ervan op de hoogte is gesteld dat te haren aanzien een vordering is vastgesteld ten gevolge van het besluit van de secretaris-generaal van 5 december 2016 op grond waarvan overeenkomstig artikel 68 van de uitvoeringsbepalingen van het Statuut en de artikelen 78, 79 en 80 van het Financieel Reglement bedragen worden teruggevorderd die ten onrechte zijn betaald in het kader van de assistentie aan de parlementsleden, nietig verklaren;
—
uitspraak doen over het bedrag dat rechtens aan rekwirante dient te worden toegekend als vergoeding van haar immateriële schade ten gevolge van de ongegronde beschuldigingen vóór enige afsluiting van het onderzoek, de schade die aan haar imago is toegebracht en de aanzienlijke problemen die zij in haar privé- en politieke leven heeft ondervonden door het bestreden besluit;
—
uitspraak doen over het bedrag dat rechtens aan rekwirante dient te worden toegekend uit hoofde van de proceskosten;
—
het Parlement verwijzen in alle kosten;
—
alvorens recht te doen, het Parlement verzoeken om overlegging van het administratieve dossier van CG, het overzicht van de aankomst- en vertrektijden van CG bij de zetel van het Parlement in Straatsburg en Brussel, de anonieme brief die heeft geleid tot het instellen van de litigieuze procedure en het dossier van OLAF over rekwirante en haar assistente.
Middelen en voornaamste argumenten
Eerste middel: schending van het Unierecht door het Gerecht, onjuiste rechtsopvattingen en schending van wezenlijke vormvoorschriften. Rekwirante heeft de indiening van nieuwe bewijsstukken in de loop van het geding wegens nieuwe feiten volledig gemotiveerd. Deze stukken vormen een uitbreiding van de stukken die bij de secretaris-generaal van het Parlement waren ingediend. Het Gerecht beschikte over volledige rechtsmacht, zodat het verplicht was met deze stukken rekening te houden om te beoordelen of er al dan niet sprake was van werkzaamheden van een parlementair assistent en dus of de terugvordering van bedragen die ten onrechte zouden zijn betaald, al dan niet gegrond was. Bovendien berustten sommige van die bewijzen bij het Parlement, maar waren zij voor rekwirante verheimelijkt.
Tweede middel: schending van de rechten van de verdediging en van wezenlijke vormvoorschriften door het Gerecht. Het feit dat rekwirante niet is gehoord door de secretaris-generaal van het Parlement en dat geen kennis is gegeven van het dossier, schendt rekwirantes rechten van verdediging, het recht om persoonlijk te worden gehoord voordat enig besluit — zelfs van administratieve aard — wordt vastgesteld, de beginselen van „equality of arms” en van procedurele billijkheid, het recht op een onpartijdige rechter en het verbod op rechtsweigering, die voortvloeien uit de uitvoeringsbepalingen van het Statuut, de bepalingen van het Handvest van de grondrechten van de Unie, artikel 6 van het EVRM en de algemene rechtsbeginselen. Het Gerecht heeft evenmin vastgesteld dat het besluit van de secretaris-generaal ontoereikend was gemotiveerd.
Derde middel: schending van het Unierecht door het Gerecht, onjuiste rechtsopvattingen en onjuiste kwalificatie van de juridische aard van de feiten, onjuiste opvatting van de feiten en de bewijsmiddelen, discriminerende aard en fumus persecutionis, alsook schending van het vertrouwensbeginsel en het legaliteitsbeginsel.
Vierde middel: misbruik van bevoegdheid, daar in het bestreden arrest het door de secretaris-generaal van het Parlement vertoonde gedrag, dat in werkelijkheid en uiteindelijk tot doel had rekwirante en haar partij schade toe te brengen, wordt onderschreven.
Full & Egal Universal Law Academy