22.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 381/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Förvaltningsrätt i Göteborg (Zweden) op 13 augustus 2018 — AA/Migrationsverket
(Zaak C-526/18)
(2018/C 381/17)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Förvaltningsrätten i Göteborg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: AA
Verwerende partij: Migrationsverket
Prejudiciële vragen
1)
Staan de bepalingen van de Schengenuitvoeringsovereenkomst of de Schengengrenscode in de weg aan nationale bepalingen zoals § 16 f van wet (2016:752) betreffende voorlopige beperkingen van de mogelijkheid om in Zweden een verblijfsvergunning te krijgen, op grond waarvan aan een onderdaan van een derde land die zich in de betrokken lidstaat bevindt, een verblijfsvergunning voor het volgen van hoger middelbaar onderwijs kan worden afgegeven en dit zelfs indien de identiteit van die onderdaan onduidelijk is of hij niet in staat is de door hem opgegeven identiteit aannemelijk te maken?
2)
Indien ervan wordt uitgegaan dat het Schengenacquis in een dergelijke situatie het vereiste bevat dat de identiteit van de betrokkene vaststaat of aannemelijk wordt gemaakt, kunnen bepalingen van de terugkeerrichtlijn (1) of van een andere Unierechtelijke regeling dan aldus worden uitgelegd dat zij een uitzondering op dat identiteitsvereiste toestaan?
(1) Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB 2008, L 348, blz. 98).
Full & Egal Universal Law Academy