5.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/25
Hogere voorziening, ingesteld op 19 september 2018 door Buonotourist Srl tegen het arrest van het Gerecht (Tweede Kamer) van 11 juli 2018 in zaak T-185/15, Buonotourist / Commissie
(Zaak C-586/18 P)
(2018/C 399/34)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Buonotourist Srl (vertegenwoordigers: M. D’Alberti en L. Visone, avvocati)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Associazione Nazionale Autotrasporto Viaggiatori (ANAV)
Conclusies
—
het bestreden arrest vernietigen;
—
overeenkomstig de artikelen 263 en 264 VWEU vaststellen dat het besluit van de Europese Commissie van 19 januari 2015 in de procedure betreffende staatssteun SA.35843 (2014/C) (ex 2012/NN) (voor 1 111 572,00 EUR) volstrekt nietig is, voor zover de Europese Commissie van mening is dat de toegekende bedragen ter compensatie voor openbare dienstverplichtingen in de zin van verordening (EEG) nr. 1191/69 (toekenning van compensatie uit hoofde van artikel 11 voor een tariefplicht in de sector van het openbaar stads- en streekvervoer) (1) moeten worden aangemerkt als een niet-aangemelde maatregel, die een met de interne markt onverenigbare steunmaatregel in de zin van artikel 107, lid 1, van het Verdrag vormt;
—
overeenkomstig de artikelen 263 en 264 VWEU vaststellen dat het besluit van de Europese Commissie van 19 januari 2015 in de procedure betreffende staatssteun SA.35843 (2014/C) (ex 2012/NN) (voor 1 111 572,00 EUR) volstrekt nietig is, voor zover daarbij de Italiaanse Staat wordt gelast operationele maatregelen tot terugvordering van de steun vast te stellen,
—
de Commissie verwijzen in de kosten van Buonotourist s.r.l.
Middelen en voornaamste argumenten
De hogere voorziening berust op vijf middelen op basis waarvan het bestreden arrest moet worden vernietigd.
I. Het bestreden arrest is onjuist, voor zover de betrokken compensatie wordt aangemerkt als „nieuwe steun”
De aan rekwirante toegekende compensatie vloeit voort uit een declaratoire beslissing van de Consiglio di Stato (hoogste bestuursrechter, Italië) van 2009, waarbij deze rechter op basis van verordening nr. 1191/1969 heeft vastgesteld dat rekwirante recht had op compensatie voor een openbare dienstverplichting, bestaande in een tariefplicht. Deze beslissing kan naar haar aard geenszins worden geacht een compensatiemaatregel in te voeren, aangezien daarmee louter het bestaan van een dergelijke maatregel wordt erkend.
II. Het bestreden arrest is onjuist, voor zover het Gerecht heeft geoordeeld dat niet is voldaan aan de Altmark voorwaarden
Door de compensatie te kwalificeren als economische last voor de overheidsinstanties, was de toepasselijkheid van de regels inzake staatssteun van meet af aan uitgesloten. Daar het om een tegenprestatie voor de gedragen openbare dienstverplichtingen gaat, kan er voor de onderneming die deze verplichtingen op zich heeft genomen, geen sprake zijn van enig voordeel. Bovendien toont een grondige analyse van het arrest Altmark aan dat aan alle daarin vastgestelde beginselen is voldaan.
III. Het bestreden arrest is onjuist, voor zover het Gerecht de economische maatregel onverenigbaar met de Europese staatssteunregeling acht: de maatregel kon onmogelijk „de mededinging vervalsen”
Het Gerecht heeft er geen rekening mee gehouden dat de markt voor openbaar stads- en streekvervoer in Campanië (Italië) in de betrokken periode (1996-2002) — en vandaag nog steeds — niet openstond voor mededinging en dat de concessies een exclusiviteitsrecht deden ontstaan. Bijgevolg kon er geen sprake zijn van mededinging „voor de markt”, noch „op de markt”.
IV. Het bestreden arrest is onjuist, voor zover het Gerecht heeft verklaard dat het besluit van de Commissie voorrang heeft boven de uitspraak van de nationale rechter; onjuiste toepassing van de in verordening 659/99 (2) (verordening 1589/2015 (3) ) vervatte procedurele waarborgen; onjuiste toepassing van het beginsel van gewettigd vertrouwen
Het Gerecht heeft er geen rekening mee gehouden dat de uitspraak van de nationale rechter dateert van meer dan vijf jaar vóór het besluit van de Commissie. Om deze reden zijn de door het Gerecht aangehaalde arresten niet relevant, daar zij in casu geen precedenten vormden. Integendeel, door verordening 1191/69 toe te passen, oefende de Consiglio di Stato een aan deze rechterlijke instantie voorbehouden prerogatief uit. De Commissie kan in casu geenszins aanspraak maken op een exclusieve beslissingsbevoegdheid. In de vele jaren die zijn verstreken sinds de uitspraak van de Consiglio di Stato, die het Unierecht heeft toegepast op het besluit van de Commissie, is een gewettigd vertrouwen ontstaan. Het is niet zo dat de Consiglio di Stato de toegepaste regels heeft miskend, maar enkel dat de Commissie er een andere uitlegging aan heeft gegeven.
V. Het bestreden arrest is onjuist wegens de onterechte toepassing van verordening (EG) nr. 1370/2007 (4) ter beoordeling van de verenigbaarheid van de steun met het Unierecht; ontoereikende motivering
De rechtsgrondslag van het besluit van de Commissie is onjuist, aangezien verordening 1370/2007, die in werking is getreden na beslissing van de Consiglio di Stato houdende erkenning van het recht op compensatie, die op verordening 1191/69 is gebaseerd, nog niet van toepassing was.
(1) Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad van 26 juni 1969 betreffende het optreden van de lidstaten ten aanzien van met het begrip openbare dienst verbonden verplichtingen op het gebied van het vervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB 1969, L 156, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad van 22 maart 1999 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag (PB 1999, L 83, blz. 1).
(3) Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9).
(4) Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PB 2007, L 315, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy