3.12.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 436/27
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland) op 21 september 2018 — Darie BV tegen Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
(Zaak C-592/18)
(2018/C 436/37)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
College van Beroep voor het Bedrijfsleven
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Darie BV
Verweerder: Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
Prejudiciële vragen
1)
Dient het begrip „biociden” in artikel 3 van verordening 528/2012 (1) aldus te worden uitgelegd dat het ook ziet op middelen die mede bestaan uit een of meer bacteriesoorten, enzymen of andere bestanddelen, gesteld dat zij vanwege hun specifieke werkingswijze niet direct inwerking hebben op het schadelijke organisme waarvoor zij bestemd zijn, maar op het ontstaan respectievelijk in stand houden van de mogelijke leefomgeving van dat schadelijke organisme, en welke eisen moeten dan in het voorkomend geval aan een dergelijke inwerking worden gesteld?
2)
Is voor de beantwoording van vraag 1 relevant of de situatie waarin een zodanig middel wordt aangewend vrij is van het schadelijke organisme, en zo ja, aan de hand van welke maatstaf moet worden beoordeeld of van dit laatste sprake is?
3)
Is voor de beantwoording van vraag 1 relevant binnen welke termijn de inwerking plaatsvindt?
(1) Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB 2012, L 167, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy