10.12.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 445/6
Hogere voorziening ingesteld op 21 september 2018 door The Goldman Sachs Group Inc. tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 12 juli 2018 in zaak T-419/14, The Goldman Sachs Group / Europese Commissie
(Zaak C-595/18 P)
(2018/C 445/07)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: The Goldman Sachs Group Inc. (vertegenwoordigers: A. Mangiaracina, avvocatessa, J. Koponen, advokat)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Prysmian SpA, Prysmian Cavi e Sistemi Srl
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
—
het bestreden arrest te vernietigen;
—
de artikelen 1, 2, 3 en 4 van besluit C(2014) 2139 (1) van de Commissie van 2 april 2014 geheel of gedeeltelijk (bijvoorbeeld vanaf mei of november 2007, toen GS Group en haar aandeelhouders slechts circa 45 % respectievelijk 26 % van de aandelen van Prysmian in handen hadden) nietig te verklaren, voorzover zij betrekking hebben op rekwirante; en/of
—
de in artikel 2 van besluit C(2014) 2139 van de Commissie van 2 april 2014 aan rekwirante opgelegde geldboete te verlagen, en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten, zowel die van de procedure in eerste aanleg als die van de hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
Eerste middel: het Gerecht heeft artikel 101 VWEU en artikel 23, lid 2, van verordening 1/2003 (2) onjuist toegepast door rekwirante verantwoordelijk te achten voor een inbreuk gepleegd door Prysmian van 29 juli 2005 tot 3 mei 2007 („periode voorafgaand aan de datum van de beursgang”).
Tweede middel: rekwirante heeft tussen 3 mei 2007 en 28 januari 2009 geen beslissende invloed uitgeoefend zoals door de rechtspraak vereist („periode na de datum van de beursgang”).
Derde middel: verzoek aan het Hof om rekwirante het voordeel te verlenen van elke aan Prysmian toegekende verlaging van de geldboete.
(1) Besluit van 2 april 2014 van de Commissie inzake een procedure op grond van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak AT.39610 — Stroomkabels).
(2) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy