11.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 54/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rayonen sad Haskovo (Bulgarije) op 4 december 2018 — QH / Varhoven kasatsionen sad der Republik Bulgarien
(Zaak C-762/18)
(2019/C 54/16)
Procestaal: Bulgaars
Verwijzende rechter
Rayonen sad Haskovo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: QH
Verwerende partij: Varhoven kasatsionen sad (Bulgarije)
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling en/of rechtspraak volgens welke een werknemer die onrechtmatig is ontslagen en met betrekking tot wie nadien de hervatting van zijn werkzaamheden gerechtelijk is bevolen, geen recht heeft op jaarlijkse vakantie met behoud van loon voor de periode vanaf de datum van ontslag tot en met de hervatting van de werkzaamheden?
2)
Voor het geval dat de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord: moet artikel 7, lid 2, van richtlijn 2003/88 aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een nationale regeling en/of rechtspraak volgens welke bij een nieuwe beëindiging van de arbeidsverhouding deze werknemer geen recht heeft op een financiële vergoeding voor niet-opgenomen jaarlijkse vakantie met behoud van loon voor de periode vanaf de datum van het voorafgaande ontslag tot en met de hervatting van de werkzaamheden?
(1) PB 2003, L 299, blz. 9.