30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/46
Arrest van het Gerecht van 9 juli 2019 — Duitsland/Commissie
(Zaak T-53/18) (1)
(„Harmonisatie van wetgevingen - Verordening (EU) nr. 305/2011 - Verordening (EU) nr. 1025/2012 - Bouwproducten - Geharmoniseerde normen EN 13341:2005 + A1:2011 en EN 12285-2:2005 - Motiveringsplicht”)
(2019/C 328/50)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: aanvankelijk T. Henze en J. Möller, vervolgens J. Möller, gemachtigden, bijgestaan door M. Winkelmüller, F. van Schewick en M. Kottmann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: C. Hermes en A. Sipos, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU en strekkende tot nietigverklaring, ten eerste, van besluit (EU) 2017/1995 van de Commissie van 6 november 2017 tot handhaving in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 13341:2005 + A1:2011 betreffende niet-verplaatsbare thermoplastische tanks voor bovengrondse opslag van huisbrandstookolie, kerosine en dieselbrandstof overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 288, blz. 36), en, ten tweede, van besluit (EU) 2017/1996 van de Commissie van 6 november 2017 tot handhaving in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 12285-2:2005 betreffende fabrieksmatig vervaardigde stalen tanks overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 288, blz. 39)
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
De Bondsrepubliek Duitsland zal zijn eigen kosten en die van de Europese Commissie dragen.
(1) PB C 112 van 26.3.2018.