13.5.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 164/47
Arrest van het Gerecht van 27 maart 2019 — Biernacka-Hoba/EUIPO — Formata Bogusław Hoba (Formata)
(Zaak T-265/18) (1)
(„Uniemerk - Nietigheidsprocedure - Uniebeeldmerk Formata - Ouder internationaal beeldmerk Formata - Relatieve nietigheidsgrond - Artikel 60, lid 1, onder a), en artikel 8, lid 1, onder a) en b), van verordening (EU) 2017/1001 - Regel 37 van verordening (EG) nr. 2868/95 [thans artikel 12 van gedelegeerde verordening (EU) 2018/625] - Voorwaarden voor vertegenwoordiging van het oudere merk - Regel 19 van verordening nr. 2868/95 (thans artikel 7 van gedelegeerde verordening 2018/625) - Gewettigd vertrouwen - Terugbetaling van de kosten voor vertegenwoordiging - Artikel 109 van verordening 2017/1001 en regel 94 van verordening nr. 2868/95 (thans artikel 109 van verordening 2017/1001)”)
(2019/C 164/50)
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Ilona Biernacka-Hoba (Aleksandrów Łódzki, Polen) (vertegenwoordiger: R. Rumpel, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (vertegenwoordiger: D. Walicka, gemachtigde)
Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep van het EUIPO: Formata Bogusław Hoba (Aleksandrów Łódzki, Polen)
Voorwerp
Beroep tegen de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 13 februari 2018 (zaak R 2032/2017-4) inzake een nietigheidsprocedure tussen I. Biernacka-Hoba en Formata Bogusław Hoba
Dictum
1)
De beslissing van de vierde kamer van beroep van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) van 13 februari 2018 (zaak R 2032/2017-4) wordt vernietigd voor zover Ilona Biernacka-Hoba daarbij is verwezen in de kosten die Formata Bogusław Hoba heeft gemaakt voor de nietigheidsprocedure en de beroepsprocedure en het door Biernacka-Hoba aan Formata Bogusław Hoba te betalen bedrag daarbij is vastgesteld op 1 000 EUR, en aldus gewijzigd dat Biernacka-Hoba niet wordt verwezen in dat bedrag aan kosten.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
Elke partij zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 231 van 2.7.2018.