30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/52
Beschikking van het Gerecht van 9 juli 2019 — Scaloni en Figini/Commissie
(Zaak T-158/18) (1)
(„Beroep tot schadevergoeding - Afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen - Richtlijn 2014/59/EU en verordening (EU) nr. 806/2014 - Staatssteun - Niet-inachtneming van de vormvoorschriften - Artikel 76, onder d), van het Reglement voor de procesvoering - Kennelijke niet-ontvankelijkheid”)
(2019/C 328/59)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partijen: Mario Scaloni (Ancona, Italië) en Ennio Figini (Chiaravalle, Italië) (vertegenwoordiger: P. Putti, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: D. Recchia, A. Steiblytė en K.-P. Wojcik, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Europees Parlement (L. Visaggio en M. Sammut, gemachtigden), Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: E. Rebasti et J. Bauerschmidt, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 268 VWEU strekkende tot vergoeding van de materiële schade die verzoekers stellen te hebben geleden door de weigering van de Commissie om de Italiaanse Republiek toe te staan staatssteun te verlenen aan Banca delle Marche.
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Mario Scaloni en Ennio Figini dragen hun eigen kosten alsmede de kosten van de Europese Commissie.
3)
Het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie dragen hun eigen kosten.
(1) PB C 152 van 30.4.2018.