Zaak T-203/18 R: Beschikking van de president van het Gerecht van 3 mei 2018 — VQ / ECB [„Kort geding — Economisch en monetair beleid — Prudentieel toezicht op kredietinstellingen — Taken die bij verordening (EU) nr. 1024/2013 aan de ECB zijn opgedragen — Bevoegdheden van de ECB — Specifieke toezichtbevoegdheden — Bestuursrechtelijke sancties — Publicatie — Verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging — Geen spoedeisendheid”]
C2212018NL2710120180503NL0033271271
Beschikking van de president van het Gerecht van 3 mei 2018 — VQ / ECB
(Zaak T-203/18 R)
„[„Kort geding — Economisch en monetair beleid — Prudentieel toezicht op kredietinstellingen — Taken die bij verordening (EU) nr. 1024/2013 aan de ECB zijn opgedragen — Bevoegdheden van de ECB — Specifieke toezichtbevoegdheden — Bestuursrechtelijke sancties — Publicatie — Verzoek om opschorting van de tenuitvoerlegging — Geen spoedeisendheid”]”2018/C 221/33Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: VQ (vertegenwoordiger: G. Cahill, advocaat)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: E. Koupepidou, E. Yoo en M. Puidokas, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens de artikelen 278 en 279 VWEU tot opschorting van de tenuitvoerlegging van besluit ECB-SSM-2018-ESSAB-4, SNC-2016-0026 van de raad van bestuur van de ECB van 14 maart 2018 betreffende een geldboete en de publicatie daarvan op de internetsite van de ECB.
Dictum
1)
De vordering in kort geding wordt afgewezen.
2)
De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.
Full & Egal Universal Law Academy