28.10.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 363/14
Beschikking van het Gerecht van 6 september 2019 – Romańska/Frontex
(Zaak T-212/18) (1)
(„Ambtenaren - Arbeidscontractanten - Overeenkomst voor onbepaalde tijd - Artikel 47, onder c), i), RAP - Beëindiging - Beëindigingsgronden - Verbreking van de vertrouwensband - Discriminatie en psychisch geweld - Vordering tot schadevergoeding - Kennelijke niet-ontvankelijkheid”)
(2019/C 363/20)
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Karolina Romańska (Warschau, Polen) (vertegenwoordiger: A. Tetkowska, advocaat)
Verwerende partij: Europees Grens- en kustwachtagentschap (vertegenwoordigers: H. Caniard en S. Drew, gemachtigden, bijgestaan door J. Currall en G. Ostaszewski, advocaten)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 270 VWEU, strekkende tot nietigverklaring van het besluit van 14 juni 2017 waarbij de uitvoerend directeur van Frontex, in zijn hoedanigheid van tot het aangaan van aanstellingsovereenkomsten bevoegde gezag, de aanstellingsovereenkomst van verzoekster heeft beëindigd met inachtneming van een opzeggingstermijn van acht maanden, en strekkende tot vergoeding van de schade die verzoekster beweerdelijk heeft geleden door de discriminatie en het psychisch geweld dat Frontex haar heeft berokkend en waar de beslissing tot ontslag het sluitstuk van was.
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Karolina Romańska wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 200 van 11.6.2018.
Full & Egal Universal Law Academy