8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/47
Beschikking van het Gerecht van 6 mei 2019 — ABLV Bank/ECB
(Zaak T-281/18) (1)
(„Beroep tot nietigverklaring - Economische en monetaire unie - Bankenunie - Gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen (GAM) - Afwikkelingsprocedure die van toepassing is indien een entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen - Moedermaatschappij en dochteronderneming - Verklaring van de ECB dat een entiteit faalt of waarschijnlijk zal falen - Verordening (EU) nr. 806/2014 - Voorbereidende handelingen - Handelingen die niet vatbaar zijn voor beroep - Niet-ontvankelijkheid”)
(2019/C 230/59)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: ABLV Bank AS (Riga, Letland) (vertegenwoordigers: O. Behrends, M. Kirchner en L. Feddern, advocaten)
Verwerende partij: Europese Centrale Bank (vertegenwoordigers: G. Marafioti en E. Koupepidou, gemachtigden, bijgestaan door J. Rodríguez Cárcamo, advocaat)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU strekkende tot nietigverklaring van de besluiten van de ECB van 23 februari 2018 waarbij deze heeft verklaard dat verzoekster en haar dochteronderneming ABLV Bank Luxembourg SA falen of waarschijnlijk zullen falen in de zin van artikel 18, lid 1, van verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2014 tot vaststelling van eenvormige regels en een eenvormige procedure voor de afwikkeling van kredietinstellingen en bepaalde beleggingsondernemingen in het kader van een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een gemeenschappelijk afwikkelingsfonds en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1093/2010 (PB 2014, L 225, blz. 1)
Dictum
1)
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2)
ABLV Bank AS wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van de Europese Centrale Bank (ECB).
(1) PB C 259 van 23.7.2018.