4.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 44/73
Beschikking van de president van het Gerecht van 25 oktober 2018 — JPMorgan Chase e.a./Commissie
(Zaak T-420/18 R)
([„Kort geding - Mededinging - Euro Interbank Offered Rates (Euribor) - Euro Interest Rate Derivatives (EIRD) - Afwijzing van het verzoek tot vertrouwelijke behandeling van een besluit waarbij schending van artikel 101 VWEU wordt vastgesteld - Beginsel van het vermoeden van onschuld - Verzoek om voorlopige maatregelen - Geen fumus boni iuris”])
(2019/C 44/97)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: JPMorgan Chase & Co (New York, New York, Verenigde Staten), JPMorgan Chase Bank, National Association (Columbus, Ohio, Verenigde Staten), J. P. Morgan Services LLP (Londen, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: M. Lester, QC, D. Piccinin, D. Heaton, advocaten, B. Tormey, N. French, N. Frey en D. Das, solicitors)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: M. Farley, B. Mongin en F. van Schaik, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens de artikelen 278 en 279 VWEU, dat ten eerste ertoe strekt om over te gaan tot opschorting van de tenuitvoerlegging van besluit C(2018) 2745 final van de Commissie van 27 april 2018, met betrekking tot bezwaren tegen het vrijgeven van informatie door bekendmaking ervan die door JPMorgan Chase & Co., JPMorgan Chase Bank, National Association en J. P. Morgan Services zijn opgeworpen op grond van artikel 8 van besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadsadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures [zaak AT.39914 — rentederivaten in euro (EIRD)], en dat ten tweede ertoe strekt om de Commissie te gelasten om af te zien van de bekendmaking van besluit C(2016) 8530 final van de Commissie van 7 december 2016 inzake een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte [zaak AT.39914 — rentederivaten in euro (EIRD)].
Dictum
1)
Het verzoek in kort geding wordt afgewezen.
2)
De beschikking van 11 juli 2018, JPMorgan Chase e.a./Commissie (T-420/18 R), wordt ingetrokken.
3)
De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.