30.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/55
Beschikking van het Gerecht van 11 juli 2019 — Vattenfall Europe Nuclear Energy/Commissie
(Zaak T-674/18) (1)
(„Beroep tot nietigverklaring - Staatssteun - Wet houdende zestiende wijziging van de wet inzake kernenergie (Atomgesetz) - Uitvoering van een arrest van het Bundesverfassungsgericht (federaal grondwettelijk hof, Duitsland) - Vennootschappen die kerncentrales exploiteren - Stopzetting van exploitatie - Financiële compensatie voor de niet-geproduceerde hoeveelheden electriciteit - Brief van de Commissie - Geen noodzaak om formeel aan te melden op grond van artikel 108, lid 3, VWEU - Niet voor beroep vatbare handeling - Niet-ontvankelijkheid”)
(2019/C 328/63)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Vattenfall Europe Nuclear Energy GmbH (Hamburg, Duitsland) (vertegenwoordigers: U. Karpenstein en R. Sangi, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: B. Stromsky en K. Herrmann, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU strekkende tot nietigverklaring van het besluit dat beweerdelijk was vervat in de brief van de Commissie van 4 juli 2018, ondertekend door de adjunct-directeur-generaal van het directoraat-generaal Mededinging van de Commissie en gericht tot de Bondsrepubliek Duitsland.
Dictum
1)
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2)
Op het verzoek tot interventie van de Bondsrepubliek Duitsland behoeft niet meer te worden beslist.
3)
Vattenfall Europe Nuclear Energy GmbH draagt haar eigen kosten en die van de Europese Commissie.
4)
De Bondsrepubliek Duitsland, Vattenfall Europe Nuclear Energy en de Commissie dragen elk hun eigen kosten in verband met het verzoek tot interventie.
(1) PB C 25 van 21.1.2019.