12.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 94/29
Beroep ingesteld op 11 januari 2018 — easyJet Airline / Commissie
(Zaak T-8/18)
(2018/C 094/39)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: easyJet Airline Co. Ltd (Luton, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: P. Willis, solicitor, en E. Bourtzalas, lawyer)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
besluit (EU) 2017/1861 (1) van de Commissie in zijn geheel nietig te verklaren, en in elk geval nietig te verklaren wat de beweerdelijk aan verzoekster verleende onrechtmatige staatssteun betreft;
—
de Europese Commissie te verwijzen in de kosten van verzoekster.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter onderbouwing van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
1.
Ten eerste berust het bestreden besluit volgens verzoekster op een feitelijk en rechtens kennelijk onjuiste beoordeling voor zover daarin wordt geconcludeerd dat de luchthavenexploitanten als loutere „tussenpersonen” van de regio Sardinië optraden en dat de financiering die zij aan verzoekster verstrekten bijgevolg met staatsmiddelen was bekostigd en toerekenbaar was aan de staat.
2.
Ten tweede berust het bestreden besluit op een feitelijk en rechtens kennelijk onjuiste beoordeling voor zover daarin wordt geconcludeerd dat de door de luchthavenexploitanten aan verzoekster verstrekte financiering haar een onterecht voordeel opleverde. In het bijzonder heeft de Commissie volgens verzoekster het beginsel van de marktdeelnemer handelend in een markteconomie onjuist toegepast.
3.
Ten derde berust het bestreden besluit op een feitelijk en rechtens kennelijk onjuiste beoordeling voor zover daarin wordt geconcludeerd dat de financiering van de betrokken luchtvaartmaatschappijen de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen en het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt.
4.
Ten vierde berust het bestreden besluit op een feitelijk en rechtens kennelijk onjuiste beoordeling voor zover daarin wordt geconcludeerd dat de vermeende steun die volgens de Commissie aan verzoekster werd verleend, niet verenigbaar met de interne markt kon worden verklaard op grond van een van de uitzonderingen van artikel 107, lid 3, VWEU.
5.
Ten vijfde berust het bestreden besluit op een feitelijk en rechtens kennelijk onjuiste beoordeling doordat de Commissie het vertrouwensbeginsel heeft geschonden, aangezien verzoekster de legitieme verwachting mocht hebben dat haar regelingen met de luchthavenexploitanten geen staatssteun behelsden.
6.
Ten zesde is het bestreden besluit ontoereikend gemotiveerd ter zake van: (a) de conclusie dat de luchthavenexploitanten als loutere „tussenpersonen” van de regio Sardinië optraden en dat de financiering die zij aan verzoekster verstrekten bijgevolg met staatsmiddelen was bekostigd en toerekenbaar was aan de staat, en (b) de toepassing van het beginsel van de marktdeelnemer handelend in een markteconomie, teneinde na te gaan of verzoekster een onterecht voordeel ontving.
(1) Besluit (EU) 2017/1861 van de Commissie van 29 juli 2016 inzake staatssteun SA.33983 (2013/C) (ex 2012/NN) (ex 2011/N) — Italië — Compensatie voor Sardijnse luchthavens voor openbaredienstverplichtingen (DAEB) (PB 2017, L 268, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy