19.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/43
Beroep ingesteld op 12 januari 2018 — Eesti Apteekide Ühendus / Commissie
(Zaak T-10/18)
(2018/C 104/56)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Eesti Apteekide Ühendus MTÜ (Laagri, Estland) (vertegenwoordigers: K. Paas-Mohando, en I. Kangur, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit SA.42028 (2017/NN) van de Commissie van 23 oktober 2017, nietig verklaren; (1)
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
De Estse apothekersvereniging is bevoegd om nietigverklaring te vorderen van besluit SA.42028 (2017/NN) van de Commissie.
—
In overeenstemming met het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-313/90 (2), kunnen door de Commissie aan het einde van de vooronderzoeksprocedure genomen besluiten om geen bezwaar te maken, in rechte worden getoetst.
—
De Estse apothekersvereniging is bevoegd om bij het Gerecht de nietigverklaring te vorderen van besluit SA.42028 (2017/NN) van de Commissie als belanghebbende in de zin van artikel 108, lid 2, VWEU en artikel 1, onder h), van verordening nr. 2015/1589 (3).
2.
De Commissie was verplicht een formele onderzoeksprocedure in te leiden overeenkomstig artikel 108, lid 2, VWEU op grond van de toets van „ernstige moeilijkheden”. Dat de Commissie ernstige moeilijkheden ondervond bij de vaststelling van het bestreden besluit en bijgevolg de procedurele waarborgen van artikel 108, lid 2, VWEU zijn geschonden, blijkt uit het volgende:
—
De Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door tot de slotsom te komen dat geen voordeel uit staatsmiddelen is toegekend, aangezien de Commissie niet heeft gezien dat Finland zijn discretionaire regelgevingsbevoegdheid heeft misbruikt, wat tot de derving van staatsinkomsten heeft geleid.
—
De Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door vast te stellen dat er geen sprake was van een selectief voordeel, omdat de Commissie de „bijzondere taken” ten onrechte niet als diensten van algemeen economisch belang heeft aangemerkt.
—
De Commissie heeft tijdens de vooronderzoeksprocedure geen essentiële informatie vergaard.
—
De vooronderzoeksprocedure heeft onredelijk lang geduurd (bijna 30 maanden).
—
De Commissie heeft een onbekende wettelijke definitie van het begrip „bijzondere taken” gegeven.
—
Finland heeft zijn wet op universiteiten, op grond waarvan Finland tot dan toe de vennootschapsbelasting en de door Yliopiston Apteekki Oy aan de universiteit van Helsinki betaalde apothekersbijdragen terugbetaalde en die de centrale regeling van een van de genoemde steunmaatregelen was, in de loop van de vooronderzoeksprocedure gewijzigd.
(1) PB 2017, C 422, blz. 10.
(2) Arrest van 24 maart 1993, Comité International de la Rayonne et des Fibres Synthétiques e.a., C-313/90, EU: C:1993:111.
(3) Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (Voor de EER relevante tekst) (PB 2015 L 248, blz. 9).
Full & Egal Universal Law Academy