26.3.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 112/40
Beroep ingesteld op 31 januari 2018 — Duitsland/Commissie
(Zaak T-53/18)
(2018/C 112/51)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze en J. Möller alsook M. Winkelmüller, F. van Schewick en M. Kottmann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit (EU) 2017/1995 van de Commissie van 6 november 2017 tot handhaving in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 13341:2005 + A1:2011 betreffende niet-verplaatsbare thermoplastische tanks voor bovengrondse opslag van huisbrandstookolie, kerosine en dieselbrandstof overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 288, blz. 36);
—
nietigverklaring van besluit (EU) 2017/1996 van de Commissie van 6 november 2017 tot handhaving in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 12285-2:2005 betreffende fabrieksmatig vervaardigde stalen tanks overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 288, blz. 39) alsook
—
verwijzing van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Tot staving van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de motiveringsplicht
Met het eerste middel voert verzoekster aan dat de bestreden besluiten de in artikel 296, tweede alinea, VWEU neergelegde motiveringsplicht schenden. De bestreden besluiten nemen geen standpunt in over de in artikel 18, lid 1, van verordening (EU) nr. 305/2011 (1) bepaalde, centrale vraag of de betrokken geharmoniseerde norm voldoet aan het desbetreffende mandaat en of de naleving van alle voor bouwwerken fundamentele vereisten aan de hand van de normen kan worden gewaarborgd. Bijgevolg kunnen noch verzoekster, noch het Gerecht beoordelen op welke essentiële feitelijke en rechtspunten verweerster zich heeft gebaseerd.
2.
Tweede middel: schending van materieelrechtelijke bepalingen van verordening (EU) nr. 305/2011
—
Ten eerste: de bestreden besluiten schenden artikel 17, lid 5, eerste en tweede alinea, van verordening (EU) Nr. 305/2011. In strijd met de voornoemde bepalingen, schijnt verweerster niet te zijn nagegaan in hoeverre de betrokken geharmoniseerde normen met de desbetreffende mandaten overeenstemmen. Bijgevolg heeft zij miskend dat een dergelijke overeenstemming feitelijk niet bestaat.
—
Ten tweede: de bestreden besluiten schenden artikel 18, lid 2, gelezen in samenhang met artikel 3, leden 1 en 2, alsook met artikel 17, lid 3, eerste alinea, van verordening (EU) nr. 305/2011. Verweerster heeft over het hoofd gezien dat de aangevochten geharmoniseerde normen geen procedure of criteria bevatten voor de beoordeling van de essentiële kenmerken van de prestatie wat betreft de mechanische weerstand en stabiliteit of wat betreft de breeksterkte en het draagvermogen van tanks voor het binnen de werkingssfeer van de normen vallende gebruik in aardbevings- en overstromingsgebieden zodat zij daardoor onvolledig zijn wat betreft drie essentiële kenmerken van bouwproducten en, bijgevolg, de naleving van de fundamentele vereisten voor bouwwerken in gevaar wordt gebracht.
—
Ten derde: verweerster heeft een beoordelingsfout gemaakt door, in strijd met artikel 18, lid 2, van verordening (EU) nr. 305/2011, de op dat ogenblik door verzoekster gevorderde beperking bij de bekendmaking van de referentienummers van de aangevochten geharmoniseerde normen, als ontoelaatbaar te hebben afgewezen.
—
Ten slotte heeft verweerster bij het uitvaardigen van de aangevochten handeling nog een beoordelingsfout gemaakt door de door verzoekster subsidiair gevorderde verwijdering uit het Publicatieblad van de Europese Unie van het referentienummer van de betrokken normen af te wijzen met verwijzing naar een volgens de Commissie bestaande mogelijkheid van de lidstaten tot beperking of verbod.
(1) Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB 2011, L 88, blz. 5).
Full & Egal Universal Law Academy