30.4.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 152/37
Beroep ingesteld op 15 februari 2018 — VG / Commissie
(Zaak T-84/18)
(2018/C 152/47)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: VG (vertegenwoordigers: G. Pandey en V. Villante, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
primair en voor zover nodig, artikel 90 van het Ambtenarenstatuut ongeldig en in casu niet van toepassing te verklaren krachtens artikel 270 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
—
ten eerste, het besluit van het Europees Bureau voor personeelsselectie (EPSO) van 30 oktober 2017 tot afwijzing van verzoeksters klacht van 31 juli 2017 nietig te verklaren;
—
ten tweede, het besluit van EPSO van 19 april 2017 tot afwijzing van haar verzoek tot herziening van het besluit van EPSO/het selectiecomité om haar niet tot de volgende fase van het vergelijkend onderzoek toe te laten nietig te verklaren;
—
ten derde, het besluit van 6 februari 2017 op het online EPSO-account om verzoekster niet op te nemen op de ontwerplijst van kandidaten die zijn geselecteerd voor vergelijkend onderzoek EPSO/AD/323/16 nietig te verklaren;
—
ten vierde, de op 26 mei 2016 (1) bekendgemaakte aankondiging van vergelijkend onderzoek EPSO/AD/323/16 nietig te verklaren;
—
ten slotte, volledig nietig te verklaren de uiteindelijke ontwerplijst van ambtenaren die zijn geselecteerd om deel te nemen aan dat vergelijkend onderzoek;
—
verzoekster een schadevergoeding toe te kennen van 50 000 EUR;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een kennelijke fout van EPSO/het selectiecomité bij de beoordeling van verzoeksters werkervaring en voorts schending van bijlage III bij de aankondiging van vergelijkend onderzoek waarin de vereiste werkervaring wordt omschreven.
2.
Tweede middel, ontleend aan schending van artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en van verzoeksters recht om te worden gehoord, niet-nakoming van de motiveringsplicht en schending van artikel 296 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
3.
Derde middel, ontleend aan schending van de artikelen 1, 2, 3 en 4 van verordening nr. 1/58, (2) van de artikelen 1 quater en 28 van het Ambtenarenstatuut en van artikel 1, lid 1, onder f), van bijlage II bij het Statuut alsmede schending van de beginselen van gelijke behandeling en het verbod van discriminatie.
(1) PB 2016, C 187, blz. A/1.
(2) Verordening nr. 1 van 15 april 1958 tot regeling van het taalgebruik in de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB, Engelse bijzondere versie, 1952-1958 (I), blz. 59).
Full & Egal Universal Law Academy