14.5.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 166/32
Beroep ingesteld op 22 februari 2018 — Universität Koblenz-Landau / Commissie en Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA)
(Zaak T-108/18)
(2018/C 166/42)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Universität Koblenz-Landau (Mainz, Duitsland) (vertegenwoordigers: C. von der Lühe en I. Michel, advocaten)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur (EACEA)
Conclusies
—
nietigverklaring van de beschikking van de verwerende partijen van 21 december 2017 met nummer OF/2016/0720-EACEA UKOLD;
—
nietigverklaring van de beschikking van de verwerende partijen van 7 februari 2018 met nummer OF/2016/0720;
—
opschorting van de gedwongen tenuitvoerlegging van de beschikkingen van de verwerende partijen van respectievelijk 21 december 2017 met nummer OF/2016/0720 en 7 februari 2018, alsmede van hun debitnota nr. 3241802552 van 13 februari 2018 totdat de rechterlijke beslissing in de procedure tot nietigverklaring van de beschikkingen waartegen het onderhavige beroep is ingesteld in kracht van gewijsde is gegaan, en
—
verwijzing van de verwerende partijen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het beginsel van hoor en wederhoor
Verzoekster laakt dat te vroeg een definitieve beslissing is genomen, ofschoon bekend was dat het, op datum van de beslissing, voor verzoekster buiten haar wil om objectief onmogelijk was om de bewijsstukken over te leggen die aantoonden dat zij de subsidies correct had besteed. De omstandigheid dat het voor verzoekster buiten haar wil om objectief onmogelijk was om aanvullende inlichtingen en bewijsstukken over te leggen, was daarenboven slechts van tijdelijke aard.
2.
Tweede middel: onjuiste toepassing van het Europees recht
Voorts zijn de terugvorderingsbeschikkingen in strijd met artikel 5, lid 4, VWEU, artikel 135, lid 4, van het Financieel Reglement en de overeenkomst tussen partijen omdat niet aan de materiële voorwaarden voor terugvordering was voldaan.
3.
Derde middel: de terugvorderingsmaatregelen zijn ontoereikend gemotiveerd
De beschikkingen zijn uitsluitend in oppervlakkige en algemene bewoordingen gesteld en bevatten geen bespreking van het concrete geval, waardoor de inhoud ervan niet begrijpelijk is.
4.
Vierde middel: schending van het evenredigheidsbeginsel
De terugvordering van het volledige bedrag kan slechts in specifieke uitzonderlijke omstandigheden, waarvan geen sprake is, in laatste instantie uitkomst bieden.
Full & Egal Universal Law Academy