23.4.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/65
Beroep ingesteld op 27 februari 2018 — Van Haren Schoenen/Commissie
(Zaak T-126/18)
(2018/C 142/83)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: van Haren Schoenen BV (Waalwijk, Nederland) (vertegenwoordigers: S. De Knop, B. Natens, A. Willems en M. Meulenbelt, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het verzoekschrift ontvankelijk te verklaren;
—
uitvoeringsverordening (EU) 2017/2232 van de Commissie van 4 december 2017 betreffende het opnieuw instellen van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op bepaald schoeisel met bovendeel van leder, van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Vietnam en geproduceerd door bepaalde producenten-exporteurs in de Volksrepubliek China en Vietnam, ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie in de gevoegde zaken C-659/13 en C-34/14 nietig te verklaren; en
—
de Commissie in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan een schending van artikel 5, leden 1 en 2, VEU wegens het gebrek aan rechtsgrondslag van de bestreden verordening, en subsidiair een schending van institutioneel evenwicht van artikel 13, lid 2, VEU.
2.
Tweede middel, ontleend aan een schending van artikel 266 VWEU door het verzuim maatregelen te treffen die nodig zijn om het arrest van 4 februari 2016, C & J Clark International (C-659/13 en C-34/14, EU:C:2016:74) uit te voeren.
3.
Derde middel, ontleend aan een schending van artikelen 1, lid 1, en 10, lid 1, van verordening (EU) 2016/1036 (1) en het rechtszekerheidsbeginsel door antidumpingrechten in te stellen op goederen die zich in het vrije verkeer bevinden.
4.
Vierde middel ontleend aan een schending van artikel 21 van verordening (EU) 2016/1036 doordat de antidumpingrechten zijn ingesteld zonder een nieuwe beoordeling van het Uniebelang. Volgens verzoekster zou het in ieder geval kennelijk onjuist zijn om te besluiten dat het instellen van de antidumpingrechten in het belang van de Unie was.
5.
Vijfde middel, ontleend aan een schending van artikel 5, leden 1 en 4, VEU door een handeling vast te stellen die verder gaat dan hetgeen nodig is om het doel ervan te bereiken.
(1) Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB 2016, L 176, blz. 21).
Full & Egal Universal Law Academy