14.5.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 166/37
Beroep ingesteld op 2 maart 2018 — UE / Commissie
(Zaak T-148/18)
(2018/C 166/47)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: UE (vertegenwoordigers: S. Rodrigues en A. Champetier, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
nietig te verklaren het besluit van de Commissie van 20 november 2017 tot afwijzing van haar klacht in verband met een verzoek om vergoeding van de door haar geleden schade;
—
een vergoeding toe te kennen voor de immateriële schade als gevolg van de fout van de verwerende partij, welke op een bedrag van 10 000 EUR wordt begroot, en;
—
de vergoeding te gelasten van de door haar gemaakte kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending door de verwerende partij van het beginsel van behoorlijk bestuur en van artikel 41 van het Handvest betreffende het beginsel van de redelijke termijn.
2.
Tweede middel, ontleend aan de eerbiediging door de verzoekende partij van het beginsel van de redelijke termijn bij de indiening van haar verzoek om bijstand.
Full & Egal Universal Law Academy