5.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 263/49
Beroep ingesteld op 24 juni 2019 — VK/Raad
(Zaak T-151/18)
(2019/C 263/56)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: VK (vertegenwoordiger: K. Lara, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
besluit (GBVB) 2018/141 van de Raad van 29 januari 2018 tot wijziging van besluit 2011/72/GBVB betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Tunesië (PB 2018, L 25, blz. 38) en besluit (GBVB) 2019/135 van de Raad van 28 januari 2019 tot wijziging van besluit 2011/72/GBVB betreffende restrictieve maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten vanwege de situatie in Tunesië (PB 2019, L 25, blz. 23), nietig verklaren, voor zover die besluiten verzoeker betreffen;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van de artikelen 31, 46 en 55 van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie. In dit verband voert verzoeker aan dat een bewarende maatregel tot bevriezing en confiscatie krachtens deze bepalingen gebaseerd moet zijn op een beslissing van de verzoekende staat die partij is bij het verdrag of op een uiteenzetting van de relevante feiten door die verzoekende staat met een beschrijving van de gevraagde maatregelen. Volgens verzoeker zijn de beperkende maatregelen echter opgelegd en verlengd zonder dat zelfs maar een summiere uiteenzetting van de verweten feiten is gegeven. Bovendien verzoekt Tunesië niet om handhaving van de bestreden beperkende maatregelen.
2.
Tweede middel, ontleend aan een kennelijk onjuiste beoordeling door de Raad die van mening was dat hij geen rekening diende te houden met de door verzoeker overgelegde bewijzen en de door hem uiteengezette argumenten en hij geen aanvullende verificaties bij de Tunesische autoriteiten diende te verrichten, terwijl die bewijzen en argumenten legitieme twijfel konden wekken aangaande de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie.
3.
Derde middel, ontleend aan misbruik van bevoegdheid door de Raad, aangezien deze de medeplichtige is van de Tunesische autoriteiten wier enige doel is de onrechtvaardige en onrechtmatige ontvreemding van verzoekers eigendom te rechtvaardigen zonder dat deze laatste zich heeft kunnen verdedigen of de mogelijkheid heeft gekregen om beroep in te stellen.