4.6.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 190/32
Beroep ingesteld op 8 maart 2018 — Brussels Hoofdstedelijk Gewest/Commissie
(Zaak T-178/18)
(2018/C 190/55)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brussel, België) (vertegenwoordigers: A. Bailleux en B. Magarinos Rey, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het onderhavige beroep ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
uitvoeringsverordening (EU) 2017/2324 van de Commissie van 12 december 2017 tot verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof glyfosaat overeenkomstig verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB 2017, L 333, blz. 10), nietig verklaren, met dien verstande dat de gevolgen ervan worden gehandhaafd totdat die uitvoeringsverordening, binnen een redelijke termijn en uiterlijk op 16 december 2021, wordt vervangen;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de beginselen van een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en van het milieu. Dit middel valt uiteen in twee onderdelen.
—
Eerste onderdeel: schending van de plicht tot waarborging van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en van het milieu in het stadium van de wetenschappelijke beoordeling van het risico, doordat de bestreden verordening berust op een wetenschappelijke beoordeling van de gezondheids- en milieurisico’s die niet voldoet aan de door het voorzorgsbeginsel vereiste voorwaarden. Volgens verzoekende partij blijken onvolkomenheden op het vlak van de identificatie, selectie en weging, verwerkingsmethode en uitlegging van de beschikbare gegevens en wetenschappelijke studies.
—
Tweede onderdeel: schending van de plicht tot waarborging van een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en van het milieu in het stadium van de politieke beoordeling en het beheer van het risico, doordat de bestreden verordening niet voortkomt uit een politieke beoordeling van en uit een beheer van het risico die conform zijn aan het voorzorgsbeginsel. De verzoekende partij is ten eerste van oordeel dat de verlenging van de goedkeuring heeft plaatsgevonden in een context waarin belangrijke lacunes en onzekerheden zijn blijven bestaan op het vlak van de beoordeling van het risico en, ten tweede, dat deze verlenging niet gepaard gaat met adequate maatregelen om de risico’s in ruime zin te verzachten of te beperken.
2.
Tweede middel: schending van de motiveringsplicht en van het beginsel van behoorlijk bestuur doordat de bestreden verordening een interne tegenstrijdigheid bevat. De verzoekende partij meent dat uit de preambule en de artikelen van de voornoemde verordening naar voren komt dat glyfosaat geen schadelijke invloed heeft op de menselijke of dierlijke gezondheid en evenmin een onaanvaardbare invloed heeft op het milieu, terwijl de in de bijlage I opgenomen specifieke bepalingen erop zijn gebaseerd dat dergelijke invloeden wel bestaan. Een dergelijke interne tegenstrijdigheid stort het publiek in onzekerheid over de vraag of glyfosaat al dan niet een risico inhoudt voor de gezondheid of het milieu.
Full & Egal Universal Law Academy