Zaak T-186/18: Beroep ingesteld op 14 maart 2018 — Abaco Energy e.a. / Commissie
C2212018NL2810120180314NL0035281292
Beroep ingesteld op 14 maart 2018 — Abaco Energy e.a. / Commissie
(Zaak T-186/18)2018/C 221/35Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Abaco Energy, SA (Madrid, Spanje), en 1660 andere partijen (vertegenwoordigers: P. Holtrop, P. Kuypers en M. de Wit, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2017) 7384 final van de Europese Commissie van 10 november 2017 in zaak SA.40348 (2015/NN) betreffende steun voor de productie van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen, warmtekrachtkoppeling en afval nietig verklaren ( 1 );
—
de Commissie gelasten om, in overeenstemming met het Unierecht, afzonderlijke beoordelingen van de vorige en de huidige regeling te verrichten;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekende partijen zes middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de op de Commissie rustende zorgvuldigheidsplicht
—
De Commissie is gehouden de krachtens de Verdragen op haar rustende verplichtingen naar behoren na te komen. De Commissie had de mogelijkheid, informatie en middelen die nodig waren om de vorige regeling te beoordelen in het kader van de beoordeling die zij bij de vaststelling van het besluit rechtens diende te verrichten. De Commissie is deze verplichting niet nagekomen, zodat zij niet heeft voldaan aan de normen die zij krachtens de Verdragen behoort na te leven. Zij heeft namelijk de vorige regeling niet op onafhankelijke wijze beoordeeld.
2.
Tweede middel: kennelijk onjuiste opvatting van de feiten
—
De Commissie heeft de feiten kennelijk onjuist opgevat door vast te stellen dat de vorige regeling in de huidige regeling was opgegaan. Het is onmiskenbaar dat een dergelijke absorptie niet heeft plaatsgevonden en dat, integendeel, gedurende de gehele relevante periode sprake was van twee volledig gescheiden regelingen, die elk afzonderlijk moesten worden beoordeeld om te bepalen of zij verenigbaar waren met de staatssteunregels.
3.
Derde middel: kennelijk onjuiste toepassing van het recht
—
De Commissie heeft de toepasselijke bindende richtsnoeren van de Commissie onjuist toegepast en aldus het Unierecht geschonden. Tevens heeft de Commissie vastgesteld dat de vorige regeling niet beoordeeld hoefde te worden, omdat volgens haar de vorige regeling was opgegaan in de huidige regeling. Verzoekende partijen voeren aan dat de Commissie met die vaststelling het Unierecht heeft geschonden.
4.
Vierde middel: ontoereikende motivering
—
De Commissie heeft haar besluit niet voorzien van een motivering die toereikend is om verzoekende partijen in staat te stellen te begrijpen op welke grondslag zij dat besluit heeft vastgesteld. Uit het besluit blijkt niet (i) op welke gronden de Commissie heeft vastgesteld dat de vorige regeling was opgegaan in de huidige regeling, en (ii) waarom de verenigbaarheid van een regeling met de staatssteunregels niet hoeft te worden beoordeeld wanneer deze regeling is opgegaan in een andere regeling. In beide gevallen ging het om beslissende bevindingen die tot de vaststelling van het besluit door de Commissie hebben geleid. Bijgevolg is aan verzoekende partijen het grondrecht ontnomen om een besluit te ontvangen dat hen in staat stelt te begrijpen hoe en waarom de Commissie tot de in het besluit vermelde conclusies is gekomen.
5.
Vijfde middel: misbruik van bevoegdheid en schending van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
—
De Commissie heeft krachtens artikel 41, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie de plicht onpartijdig en billijk om te gaan met belangen van verzoekers in het kader van het besluit. Door de belangen van de Commissie en Spanje onterecht te laten voorgaan op die van verzoekers, is de Commissie die plicht niet nagekomen.
6.
Zesde middel: schending van het evenredigheidsbeginsel
—
De Commissie heeft het evenredigheidsbeginsel geschonden doordat zij de vorige regeling niet op onafhankelijke wijze heeft beoordeeld en aldus geen rekening heeft gehouden met de belangen van verzoekende partijen.
( 1 ) PB 2017, C 442, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy