Zaak T-270/18: Beroep ingesteld op 26 april 2018 — O’Flynn e.a./Commissie
C2402018NL5010120180426NL0058501512
Beroep ingesteld op 26 april 2018 — O’Flynn e.a./Commissie
(Zaak T-270/18)2018/C 240/58Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Michael O’Flynn (Cork, Ierland), Paddy McKillen (Dublin, Ierland) en David Daly (Malahide, Ierland) (vertegenwoordigers: M. Cush, SC, D. Hardiman, Barrister, P. O’Brien en D. O’Keeffe, Solicitors)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
besluit C(2018) 464 final van de Europese Commissie van 25 januari 2018 (SA.43791(2017/NN)) ( 1 ) nietig verklaren, voor zover de Commissie daarbij geen bezwaar maakte tegen steunmaatregelen die aan en via de National Asset Management Agency (NAMA) zouden zijn verleend of zij niet van oordeel was dat dergelijke maatregelen steun vormden;
—
verweerster te verwijzen in de kosten van verzoekers, met inbegrip van de incidentele kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekers vier middelen aan.
1.
Verweerster had een formele onderzoeksprocedure in de zin van artikel 108, lid 2, VWEU moeten inleiden.
—
Verzoekers voeren onder meer aan dat verweerster, door na te laten dit te doen, de procedurele rechten die verzoekers aan artikel 108, lid 2, VWEU ontlenen, heeft geschonden alsmede het beginsel van behoorlijk bestuur, doordat zij de op haar rustende verplichting om een zorgvuldig en onpartijdig onderzoek te verrichten naar de vermeende staatssteun, niet is nagekomen.
2.
Kennelijke beoordelingsfouten.
—
Verzoekers voeren aan dat verweerster bij de vaststelling van het bestreden besluit kennelijke beoordelingsfouten heeft gemaakt, onder meer door vast te stellen dat verzoekers niet hebben aangevoerd dat er sprake was van misbruik van staatssteun, terwijl verzoekers in punt 5.25 van hun klacht uitdrukkelijk hadden aangevoerd dat er sprake was van misbruik van staatssteun. Verzoekers betogen voorts dat de beoordeling door verweerster van de activiteiten van NAMA in meerdere opzichten gebrekkig was.
3.
Ontbreken van een motivering.
—
In dit verband voeren verzoekers aan dat verweerster het bestreden besluit niet of ontoereikend heeft gemotiveerd door, met name, niet, ontoereikend of niet op een controleerbare wijze te hebben uiteengezet op welke grond zij haar goedkeuring heeft verleend aan NAMA’s methodologie voor het bepalen van de levensvatbaarheid van ontwikkelingsprojecten.
4.
Schending van artikel 106 VWEU.
—
Volgens verzoekers zijn niet alleen de bepalingen van het VWEU inzake staatssteun geschonden, maar, zoals zij aanvoerden in hun klacht, ook artikel 106 VWEU. Zij hebben op dit punt van verweerster geen antwoord ontvangen.
( 1 ) PB 2018, C 60, blz. 4.
Full & Egal Universal Law Academy