Zaak T-293/18: Beroep ingesteld op 10 mei 2018 — Republiek Letland/Europese Commissie
C2402018NL5220120180510NL0061522532
Beroep ingesteld op 10 mei 2018 — Republiek Letland/Europese Commissie
(Zaak T-293/18)2018/C 240/61Procestaal: Lets
Partijen
Verzoekende partij: Republiek Letland (vertegenwoordigers: I. Kucina en V. Soņeca)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
brief C(2018) 1418 final van de Commissie van 12 maart 2018, waarbij de Commissie haar standpunt heeft bepaald, nietigverklaren, en de Commissie gelasten een standpunt in te nemen dat geen ongunstige rechtsgevolgen voor Letland heeft;
—
de Europese Commissie verwijzen in de kosten van Letland.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de Republiek Letland aan dat de Commissie met het bepalen van haar standpunt niet alleen artikel 263 VWEU heeft geschonden, en aldus ongunstige rechtsgevolgen voor Letland heeft doen ontstaan, maar ook artikel 17, lid 1, VEU, gelezen in samenhang met artikel 3 VWEU, lid 1, onder d), en de artikelen 38 en 335 VWEU, die de Commissie ertoe verplichten te waarborgen dat Noorwegen de verbintenissen die het is aangegaan krachtens het Verdrag van Parijs ( 1 ) correct naleeft met betrekking tot de rechten van de lidstaten van de Europese Unie op niet-discriminatoire toegang tot de visserij in de visserijzone Svalbard.
( 1 ) Verdrag betreffende Spitsbergen, gesloten tussen Noorwegen, de Verenigde Staten van Amerika, Denemarken, Frankrijk, Italië, Japan, Nederland, Groot-Brittannië, Ierland, de Britse overzeese gebieden en Zweden, ondertekend te Parijs op 9 februari 1920. Beschikbaar via
Full & Egal Universal Law Academy