Zaak T-331/18: Beroep ingesteld op 31 mei 2018 — Szécsi en Somossy/Commissie
C2592018NL4620120180531NL0062462472
Beroep ingesteld op 31 mei 2018 — Szécsi en Somossy/Commissie
(Zaak T-331/18)2018/C 259/62Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partijen: István Szécsi (Szeged, Hongarije) en Nóra Somossy (Szeged) (vertegenwoordiger: D. Lazar, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
verweerster gelasten om aan verzoekers 38330542,83 forint aan schadevergoeding te betalen;
—
verweerster gelasten om aan verzoekers rente over de hoofdsom te betalen tegen een voet van 11,95 % per jaar, met ingang van 20 april 2016;
—
verweerster verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep wordt het volgende middel aangevoerd.
Verzoekers stellen dat de Commissie uit nalatigheid is tekortgeschoten in de nakoming van de krachtens artikel 17 VEU op haar rustende verplichting om toezicht te houden, omdat zij geen passende maatregelen heeft getroffen om te waarborgen dat artikel 13 van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad ( 1 ) en de relevante Hongaarse omzettingsbepaling worden toegepast door de Hongaarse rechterlijke instanties.
( 1 ) Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB 2005, L 149, blz. 22).
Full & Egal Universal Law Academy