Zaak T-341/18: Beroep ingesteld op 31 mei 2018 — NEC Corporation/Commissie
C2942018NL4710120180531NL0062471482
Beroep ingesteld op 31 mei 2018 — NEC Corporation/Commissie
(Zaak T-341/18)2018/C 294/62Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: NEC Corporation (Tokio, Japan) (vertegenwoordigers: R. Bachour, Solicitor, O. Brouwer en A. Pliego Selie, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
besluit C(2018) 1768 final van de Commissie van 21 maart 2018 betreffende een procedure op grond van artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-overeenkomst (zaak AT.40136 — Condensatoren) nietig te verklaren, voor zover daarin wordt vastgesteld dat verzoekster artikel 101 VWEU / artikel 53 van de EER-overeenkomst heeft geschonden,
—
subsidiair, het bestreden besluit nietig te verklaren voor zover verzoekster daarbij een geldboete wordt opgelegd, en/of
—
meer subsidiair, zijn volledige rechtsmacht uit te oefenen en de geldboete — gelet op het in het eerste en tweede middel uiteengezette betoog — terug te brengen tot een niveau dat in overeenstemming is met het recht en met de gedachte achter het juridische concept van recidive die als verzwarende omstandigheid een verhoging van de geldboete rechtvaardigt, en dat evenredig is, en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter onderbouwing van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
Ten eerste geeft het bestreden besluit volgens verzoekster blijk van kennelijk onjuiste rechtsopvattingen en beoordelingen en is het onvoldoende gemotiveerd waar recidive als een verzwarende omstandigheid in aanmerking is genomen bij de oplegging van de geldboete aan NEC Corporation, waardoor de haar opgelegde geldboete in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.
2.
Ten tweede schendt het bestreden besluit volgens verzoekster haar rechten van verdediging waar in artikel 1 ervan wordt gesuggereerd dat zij zelf heeft deelgenomen aan de vastgestelde inbreuk terwijl dit niet werd vermeld of zelfs nog maar gesuggereerd in de mededeling van punten van bezwaar. Deze vaststelling is bovendien zowel rechtens als feitelijk onjuist en steunt op een tegenstrijdige bevinding en redenering doordat tezelfdertijd wordt erkend (doch als irrelevant wordt aangemerkt) dat NEC Corporation enerzijds niet op de hoogte was van de inbreuk en zij anderzijds als moederonderneming niettemin aansprakelijk is gesteld omdat zij (beweerdelijk) gedurende een bepaalde periode zeggenschap had over Tokin Corporation.
3.
Ten derde heeft de Commissie volgens verzoekster nagelaten om op het basisbedrag van de aan Tokin Corporation opgelegde geldboete dezelfde vermindering toe te passen als die welke zij op het basisbedrag voor de aan NEC Corporation opgelegde geldboete heeft toegepast. Bovendien had de Commissie bij de vaststelling van de geldboete moeten uitgaan van een gemiddelde verkoopwaarde in plaats van een niet-representatieve verkoopwaarde van het laatste jaar van de vastgestelde inbreuk. Volgens verzoekster leiden deze tekortkomingen ertoe dat de geldboete onjuist is berekend en/of onevenredig is (alsook tot een ontoereikende motivering wat het eerste gegeven betreft aangezien in de motivering van het bestreden besluit niet is aangegeven waarom dezelfde verminderding blijkbaar niet werd toegepast op het basisbedrag dat in aanmerking is genomen voor de aan NEC Corporation opgelegde geldboete).
Full & Egal Universal Law Academy