Zaak T-361/18: Beroep ingesteld op 8 juni 2018 — APEDA/EUIPO — Burraq Travel & Tours General Tourism Office (SIR BASMATI RICE)
Beroep ingesteld op 8 juni 2018 — APEDA/EUIPO — Burraq Travel & Tours General Tourism Office (SIR BASMATI RICE)
(Zaak T-361/18)
2018/C 276/85Procestaal: EngelsPartijen
Verzoekende partij: Agricultural and Processed Food Products Export Development Authority (APEDA) (New Delhi, India) (vertegenwoordiger: N. Dontas, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO)
Andere partij in de procedure voor de kamer van beroep: Burraq Travel & Tours General Tourism Office SA (Athene, Griekenland)
Gegevens betreffende de procedure voor het EUIPO
Houder van het betrokken merk: andere partij in de procedure voor de kamer van beroep
Betrokken merk: Uniebeeldmerk SIR BASMATI RICE — Uniemerk nr. 13 102 454
Procedure voor het EUIPO: nietigheidsprocedure
Bestreden beslissing: beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 22 maart 2018 in zaak R 90/2017-2
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de bestreden beslissing te vernietigen, behalve voor zover zij betrekking heeft op „sago” en „kunstrijst [ongekookt]” waarop het bestreden Uniemerk betrekking heeft voor klasse 30;
—
het betrokken Uniemerk in zijn geheel nietig te verklaren;
—
het EUIPO te verwijzen in de kosten die voor verzoekster zijn opgekomen in de procedures voor het Gerecht, de kamer van beroep en de nietigheidsafdeling van het EUIPO.
Aangevoerde middelen
—
schending van artikel 59, lid 1, onder a), juncto artikel 7, lid 1, onder g), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad, wegens de absolute nietigheids- en weigeringsgrond die een merk treft dat het publiek kan misleiden;
—
schending van artikel 59, lid 1, onder b), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad, wegens de absolute nietigheidsgrond die een merk treft waarvan de aanvrager bij indiening van de aanvraag te kwader trouw was;
—
schending van artikel 59, lid 1, onder a), juncto artikel 7, lid 1, onder c), van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad, wegens de absolute nietigheids- en weigeringsgrond die een merk treft dat beschrijvend van aard is;
—
schending van artikel 94, lid 1, van verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad, wegens ontoereikende motivering van de beslissingen van het EUIPO.