Zaak T-369/18: Beroep ingesteld op 18 juni 2018 — Napolitano / Commissie
Beroep ingesteld op 18 juni 2018 — Napolitano / Commissie
(Zaak T-369/18)
2018/C 276/89Procestaal: ItaliaansPartijen
Verzoekende partij: John Napolitano (Rome, Italië) (vertegenwoordiger: M. Velardo, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van de bestreden besluiten;
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
De met het onderhavige beroep aangevochten besluiten zijn het besluit van 27 september 2017 om verzoeker niet op te nemen op de reservelijst van vergelijkend onderzoek EPSO/AD/324/16, het besluit van 25 oktober 2017 houdende afwijzing van het verzoek om heroverweging van de niet-opneming op de reservelijst en het besluit van het AIPN (het tot aanstelling bevoegde gezag) van 7 maart 2018, waarbij het overeenkomstig artikel 90 van het Statuut ingestelde administratieve beroep is afgewezen. De aankondiging van vergelijkend onderzoek die in de onderhavige procedure aan de orde is, betrof de aanwerving van 10 onderzoekers (AD 9): teamleiders die moesten worden opgenomen op reservelijsten waaruit de Europese Commissie (met name het Europees Bureau voor fraudebestrijding — OLAF) kan putten voor de aanwerving van nieuwe ambtenaren (zijnde administrateurs) aan wie de leiding zal worden toevertrouwd van een team onderzoekers op het vlak van EU-uitgaven, corruptiebestrijding, ernstige wanpraktijken van EU-personeel, douane, handel, tabak en namaakgoederen.
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van de regeling van het taalgebruik in de Europese instellingen, in het bijzonder de artikelen 1, 2 en 6 van verordening nr. 1/58, van het verbod van discriminatie op grond van taal, van het in artikel 5 VWEU neergelegde evenredigheidsbeginsel en van artikel 27 van het Statuut.
2.
Tweede middel: niet-nakoming door de juryvoorzitter van de verplichting tot onpartijdigheid en schending van artikel 3 van bijlage III bij het Statuut.
3.
Derde middel: de jury heeft de aankondiging van vergelijkend onderzoek niet in acht genomen voor zover de jury, ten eerste, bij de berekening van de scores voor de meerkeuzetoets en de test betreffende de algemene vaardigheden twee onderscheiden begrippen (te weten „vereiste minimumscore” en „uitgesloten van verdere deelname”) door elkaar heeft gebruikt, en hij, ten tweede, voor de casestudy in het kader van de test betreffende de algemene vaardigheden te specifieke onderwerpen heeft gekozen waardoor degenen die reeds ervaring bij het OLAF hadden opgedaan, bevoordeeld waren.
4.
Vierde middel: schending van het beginsel van gelijkheid van de kandidaten alsmede gebrek aan objectiviteit bij de beoordeling wegens de instabiliteit van de jury.
5.
Vijfde middel: er is sprake van een beoordelingsfout, gelet op de grote verschillen tussen de individuele discretionaire beoordelingen van de jury. Voorts komt uit de lezing van de algemene bepalingen niet duidelijk naar voren dat de testen volstrekt los van elkaar moesten worden beschouwd.