Zaak T-371/18: Beroep ingesteld op 18 juni 2018 — Reiner Stemme Utility Air Systems/EASA
Beroep ingesteld op 18 juni 2018 — Reiner Stemme Utility Air Systems/EASA
(Zaak T-371/18)
2018/C 276/90Procestaal: EngelsPartijen
Verzoekende partij: Reiner Stemme Utility Air Systems GmbH (Wildau, Duitsland) (vertegenwoordigers: O. Alexander en P. Stompfe, advocaten)
Verwerende partij: Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)
Conclusies
—
de vordering tot betaling — de door verweerder uitgereikte factuur nr. 90091554 van 28 april 2017 — in de vorm van het besluit van de kamer van beroep van EASA van 19 april 2018 nietig verklaren;
—
verordening (EU) nr. 319/2014 ( 1 ) van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart in de onderhavige zaak niet-toepasselijk verklaren;
—
de tenuitvoerlegging van factuur nr. 90091554 van 28 april 2017 opschorten totdat het Gerecht uitspraak heeft gedaan;
—
verweerder verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft haar bevoegdheid overschreden door belastingen te heffen op het gebied van de veiligheid van de luchtvaart
Verzoekster voert aan dat „vergoedingen” voor vliegtuigen in de categorie van 2000 kg tot 5700 kg, wegens de „drastische stijging” van de „vaste vergoeding” met meer dan 1700 procent, neerkomen op belastingen. In de onderhavige zaak is de dienstverlening door verweerder aan de burgers in ruil voor de „vergoedingen” zo verwaarloosbaar (minimaal) dat die dienstverlening niet als een tegenprestatie kan worden beschouwd, maar een belasting vormt.
De Commissie is evenwel niet bevoegd om belastingen te heffen op het gebied van de veiligheid van de luchtvaart. Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie, welke voorziet in een vaste vergoeding van 263800 EUR voor certificeringswerkzaamheden betreffende vliegtuigen als die van verzoekster, wat hoegenaamd niet in verhouding staat tot de door verweerder daadwerkelijk verrichte taken en dus geen tegenprestatie voor de dienstverlening van verweerder uitmaakt, schendt bijgevolg het beginsel van bevoegdheidstoebedeling.
2.
Tweede middel: de litigieuze factuur, die met het bestreden besluit is bevestigd, levert schending van artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie op
Volgens verzoekster staan de vergoedingen die door verweerder op basis van verordening (EU) nr. 319/2014 voor de betrokken certificeringstaken in rekening zijn gebracht, niet in verhouding tot het beoogde doel, zodat zij indruisen tegen verzoeksters vrijheid van ondernemerschap overeenkomstig artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
3.
Derde middel: de litigieuze factuur, die met het bestreden besluit is bevestigd, vormt een discriminerende behandeling en is derhalve in strijd met artikel 20 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
De door verweerder overeenkomstig verordening (EU) nr. 319/2014 uitgereikte litigieuze factuur voldoet niet aan de voorwaarden van artikel 20 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, daar verzoekster anders wordt behandeld dan andere vliegtuigbouwers die een typecertificaat aanvragen, hoewel de situatie vereist dat zij gelijk worden behandeld.
4.
Vierde middel: schending van artikel 13, lid 2, VEU
Ten slotte stelt verzoekster dat artikel 7, lid 2, van verordening (EU) nr. 319/2014 verweerder geen beoordelingsmarge betreffende de betaling van vergoedingen voor de certificeringstaak laat. In dat artikel wordt veeleer bepaald wanneer de te betalen vergoeding een vaste dan wel een variabele vergoeding is. Daarmee heeft de Commissie haar bevoegdheid om de verordening vast te stellen overschreden en dientengevolge het in artikel 13, lid 2, VEU neergelegde institutionele evenwicht van de Unie geschonden.
( 1 ) Verordening (EU) nr. 319/2014 van de Commissie van 27 maart 2014 inzake de vergoedingen en rechten die worden geheven door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 593/2007 (PB 2014, L 93, blz. 58)