10.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/16
Beroep ingesteld op 14 juni 2018 — Front Polisario / Raad
(Zaak T-376/18)
(2018/C 319/20)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Front populaire pour la libération de la Saguia el-Hamra et Rio de oro (Front Polisario) (vertegenwoordiger: G. Devers, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
het beroep ontvankelijk verklaren;
—
het bestreden besluit nietig verklaren;
—
de Raad in de kosten verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep tegen het besluit van de Raad van 16 april 2018 waarbij de Commissie wordt gemachtigd om namens de Europese Unie onderhandelingen aan te gaan met het oog op de wijziging van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij en de sluiting van een protocol met het Koninkrijk Marokko (besluit niet bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie), voert de verzoeker tien middelen aan.
1.
Eerste middel: de Raad was niet bevoegd om het bestreden besluit vast te stellen, aangezien de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko niet bevoegd zijn om namens en voor rekening van het volk van de Westelijke Sahara, zoals vertegenwoordigd door het Front Polisario, te onderhandelen over internationale overeenkomsten die dat gebied omvatten.
2.
Tweede middel: de Raad is de verplichting niet nagekomen om alle relevante aspecten van de zaak te onderzoeken, aangezien hij bij de vaststelling van het bestreden besluit geen rekening heeft gehouden met de rechtspraak van het Hof betreffende de Westelijke Sahara.
3.
Derde middel: de Raad is de verplichting niet nagekomen om de kwestie van de eerbiediging van de grondrechten en het internationaal humanitair recht te onderzoeken, aangezien uit het bestreden besluit blijkt dat de Raad zich geen vragen heeft gesteld aangaande de eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht.
4.
Vierde middel: de Raad heeft de rechten van de verdediging geschonden, aangezien hij vóór de vaststelling van het bestreden besluit geen besprekingen heeft aangeknoopt met het Front Polisario, de enige vertegenwoordiger van het volk van de Westelijke Sahara.
5.
Vijfde middel: de Raad is zijn verplichting niet nagekomen om de arresten van het Hof uit te voeren, aangezien in het bestreden besluit is voorbijgegaan aan de motivering van de arresten van het Hof in de zaken C-104/16 P en C-266/16.
6.
Zesde middel: de essentiële beginselen en waarden die leidend zijn voor het internationaal optreden van de Unie zijn geschonden, aangezien in het besluit het bestaan van het volk van de Westelijke Sahara wordt ontkend door in plaats ervan de woorden „betrokken bevolking” te gebruiken, en machtiging wordt verleend voor het aangaan van onderhandelingen met het Koninkrijk Marokko in het kader van haar annexatiebeleid ten aanzien van de Westelijke Sahara en de stelselmatige schendingen van de grondrechten die de handhaving van dit beleid vergen.
7.
Zevende middel: het zelfbeschikkingsrecht is geschonden, aangezien in het besluit ten eerste wordt ontkend dat het volk van de Westelijke Sahara zelfbeschikkingsrecht heeft en de nationale eenheid van dat volk wordt verbroken en ten tweede machtiging wordt verleend om onderhandelingen aan te gaan met het Koninkrijk Marokko, hetgeen in strijd is met de eigen en onderscheiden status van de Westelijke Sahara en met de permanente soevereiniteit van het volk van dat gebied over zijn natuurlijke hulpbronnen.
8.
Achtste middel: het beginsel van de relatieve werking van de verdragen is geschonden, aangezien in het bestreden besluit de status van derde partij in de betrekkingen tussen de EU en Marokko wordt geweigerd aan het volk van de Westelijke Sahara, zoals vertegenwoordigd door het Front Polisario.
9.
Negende middel: het internationaal humanitair recht en het internationaal strafrecht zijn geschonden, aangezien de bij het bestreden besluit toegestane onderhandelingen zijn gevoerd in het kader van het annexatiebeleid van het Koninkrijk Marokko ten aanzien van de Westelijke Sahara, en bij dit besluit de illegale overbrenging van Marokkaanse kolonisten naar het bezette Sahrawigebied wordt goedgekeurd door het gebruik van de woorden „betrokken bevolking”.
10.
Tiende middel: de verplichting van de Unie om illegale situaties niet te erkennen is geschonden, aangezien het besluit, door machtiging te verlenen om onderhandelingen aan te gaan met het Koninkrijk Marokko over de Westelijke Sahara, de ernstige schendingen van het internationaal recht bekrachtigt die door de Marokkaanse bezettingsmacht tegen het volk van de Westelijke Sahara zijn begaan.
Full & Egal Universal Law Academy