Zaak T-410/18: Beroep ingesteld op 4 juli 2018 — Silgan Closures, Silgan Holdings / Commissie
Beroep ingesteld op 4 juli 2018 — Silgan Closures, Silgan Holdings / Commissie
(Zaak T-410/18)
2018/C 285/62Procestaal: DuitsPartijen
Verzoekende partijen: Silgan Closures GmbH (München, Duitsland), Silgan Holdings Inc. (Stamford, Connecticut, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: H. Wollmann, D. Seeliger, R. Grafunder en V. Weiss, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het bestreden besluit krachtens artikel 264 VWEU nietig verklaren, voor zover het betrekking heeft op verzoeksters;
—
de Commissie verwijzen in de kosten van verzoeksters.
Middelen en voornaamste argumenten
Met het onderhavige beroep vorderen verzoeksters gedeeltelijke nietigverklaring van besluit C(2018) 2466 final van de Commissie van 19 april 2018 tot inleiding van een procedure uit hoofde van artikel 2, lid 1, van verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie ( 1 ) in zaak AT.40522 — Pandora.
Het beroep is gebaseerd op de volgende middelen:
1.
Schending van het subsidiariteitsbeginsel
In het kader van het eerste middel laken verzoeksters dat de Commissie, met het bestreden besluit, de rechtsgrondslag ontneemt aan een procedure voor het Duitse Bundeskartellamt (Duitse mededingingsautoriteit) in dezelfde zaak, die op datum van dit besluit reeds meer dan drie jaar aanhangig was en in staat van wijzen was.
2.
Schending van het evenredigheidsbeginsel
Met het tweede middel voeren verzoeksters aan dat het bestreden besluit niet noodzakelijk was opdat de Commissie de door haar gewenste onderzoekshandelingen kon verrichten, noch geschikt was gelet op de nadelen ervan voor verzoeksters na een afweging van de wederzijdse belangen.
3.
Ontoereikende motivering
In het kader van het derde middel betogen verzoeksters dat de Commissie, in strijd met artikel 296 VWEU, in het bestreden besluit geenszins motiveert waarom zij de inleiding van een procedure noodzakelijk en gerechtvaardigd acht in het licht van de beginselen van subsidiariteit en van evenredigheid.
4.
Misbruik van bevoegdheid
Met het vierde middel voeren verzoeksters aan dat de inleiding van een procedure door de Commissie is gelast om verzoeksters een sanctie op grond van de sanctieregeling van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad ( 2 ) te kunnen opleggen.
( 1 ) Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2004, L 123, blz. 18).
( 2 ) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).