Zaak T-415/18: Beroep ingesteld op 4 juli 2018 — Silgan Closures en Silgan Holdings/Commissie
C2942018NL6210120180704NL0077621632
Beroep ingesteld op 4 juli 2018 — Silgan Closures en Silgan Holdings/Commissie
(Zaak T-415/18)2018/C 294/77Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partijen: Silgan Closures GmbH (München, Duitsland) en Silgan Holdings Inc. (Stamford, Connecticut, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: D. Seeliger, Y. Gürer, R. Grafunder en V. Weiss, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
inspectiebesluit C(2018) 2173 final van 6 april 2018, waarvan kennisgeving op 24 april 2018 is geschied, nietig verklaren;
—
elke op grond van de inspectie genomen maatregel die krachtens dit onrechtmatig besluit ten uitvoer is gelegd, nietig verklaren;
—
met name de Commissie gelasten alle kopieën van de documenten terug te geven, die in het kader van de inspectie zijn voorgelegd en meegenomen, op straffe van nietigverklaring van het toekomstige besluit van de Commissie door het Gerecht; en
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Schending van wezenlijke rechten van verdediging en procedurele beginselen
Met het eerste middel stellen verzoeksters met name dat het Bundeskartellamt aan de Commissie informatie heeft doorgegeven die verzoeksters in de loop van de sinds 2014 aanhangige nationale procedure bij het Bundeskartellamt in het kader van hun samenwerking ter beschikking hadden gesteld en die daarom overeenkomstig de regeling van uitwisseling van informatie op grond van artikel 12 van verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad ( 1 ) niet had mogen worden doorgegeven.
2.
Onjuiste motivering van het inspectiebesluit en buitensporig verstrekkende en niet nader gespecificeerde beschrijving van de voorwerpen van de inspectie („fishing expedition”) alsmede ontbreken van toereikende aanwijzingen
3.
Schending van het evenredigheidsbeginsel
Met dit middel stellen verzoeksters dat het bevel tot de inspectie op grond van de vaststellingen en de stand van de procedure bij het Bundeskartellamt noodzakelijk noch passend was.
4.
Misbruik van bevoegdheid
Met het vierde middel betogen verzoeksters dat het bevel tot de inspectie berust op oneigenlijke overwegingen. Het ging erom een onrechtmatige samenwerking van het Bundeskartellamt en de Commissie te bewerkstelligen, de Commissie in de gelegenheid te stellen ondernemingen een sanctie op te leggen, hetgeen op nationaal niveau wegens een hiaat in de wetgeving mogelijkerwijs niet had kunnen worden verwezenlijkt.
5.
Onbevoegdheid van de Commissie en schending van het subsidiariteitsbeginsel
Met dit middel stellen verzoeksters dat niet blijkt dat het voor het Bundeskartellamt niet mogelijk zou zijn geweest de aanhangige procedure volgens de regels af te doen en evenmin waarom de procedure wegens de omvang of de gevolgen ervan in een dermate vergevorderd stadium beter op Unieniveau werd gevoerd.
( 1 ) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy