15.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 373/11
Beroep ingesteld op 6 juli 2018 — PT / Europese Investeringsbank (EIB)
(Zaak T-418/18)
(2018/C 373/12)
Procestaal: Zweeds
Partijen
Verzoekende partij: PT (vertegenwoordiger: E. Nordh, advocaat)
Verwerende partij: Europese Investeringsbank (EIB)
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit van de EIB van 4 april 2018 om haar te ontslaan nietig te verklaren;
—
de verwerende partij te veroordelen tot vergoeding van haar materiële schade, welke thans 2 240,31 EURO bedraagt, en van haar immateriële schade, welke op 50 000 EUR wordt begroot;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel, ontleend aan schending van de rechten van de verdediging.
—
De verzoekende partij stelt dat de verwerende partij haar niet de mogelijkheid heeft geboden om zich zo goed mogelijk te verdedigen tegen de door haar geuite beschuldigingen. Daarmee is dus haar recht op behoorlijk bestuur geschonden.
2.
Tweede middel, ontleend aan een kennelijke beoordelingsfout
—
De verzoekende partij stelt dat de verwerende partij in het kader van de schending van haar rechten van verdediging tevens verschillende kennelijke beoordelingsfouten heeft gemaakt die beslissend zijn geweest.
Full & Egal Universal Law Academy