10.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/21
Beroep ingesteld op 10 juli 2018 — American Airlines / Commissie
(Zaak T-430/18)
(2018/C 319/25)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: American Airlines, Inc. (Fort Worth, Texas, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: J. Poitras, Solicitor, J. Ruiz Calzado en J. Wileur, lawyers)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het besluit tot erkenning van historische rechten [besluit C(2018) 2788 van 30 april 2018] nietig verklaren;
—
de Commissie en eventuele interveniënten ter ondersteuning van de Commissie verwijzen in de kosten; en
—
alle andere maatregelen gelasten die in de omstandigheden van de zaak aangewezen zijn.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster betoogt dat de Europese Commissie blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en beoordelingsfouten heeft gemaakt bij het vaststellen van besluit C(2018) 2788 van 30 april 2018 waarbij de Commissie heeft bepaald dat Delta recht had om historische rechten te verwerven op de slots die overeenkomstig de in zaak M.6607 („verbintenissen”) voorgestelde verbintenissen door American Airlines ter beschikking moesten worden gesteld.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
Met het eerste middel wordt aangevoerd dat de Commissie blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, door een verkeerde juridische maatstaf toe te passen op de verwerving van historische rechten overeenkomstig de verbintenissen.
Verzoekster betoogt dat de Commissie bij het onderzoek of Delta „gepast gebruik” — in de zin van de verbintenissen — had gemaakt van de slots, had besloten dat de enige analyse die moest worden uitgevoerd erin bestond na te gaan of er van de kant van Delta geen „misbruik” had plaatsgevonden. Verzoekster voert voorts aan dat, in tegenstelling tot wat de Commissie beweert, een analyse van de tekst, context en doelstelling van de verbintenissen tot de conclusie leidt dat „misbruik” niet relevant is, en dat de Commissie bij een correcte uitlegging van het in de verbintenissen gehanteerde begrip „gepast gebruik” in de verbintenissen, had moeten nagaan of het gebruik van de slots „in overeenstemming was met het bod” dat Delta formeel had ingediend om de slots te ontvangen.
2.
Met het tweede middel wordt aangevoerd dat het bestreden besluit kennelijke beoordelingsfouten bevat, doordat het vaststelt dat Delta voldeed aan het vereiste van „gepast gebruik”.
Verzoeksters betoogt dat aangezien Delta besloot af te wijken van haar bod, de Commissie had moeten onderzoeken of die afwijking en de uiteindelijke omvang van het gebruik van de slots, rekening houdend met de relevante economische bewijzen en analyses, konden worden aanvaard, teneinde te waarborgen dat de voordelen van de mededinging, en daarmee de voordelen voor de consument werden gemaximaliseerd.
Full & Egal Universal Law Academy