1.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 352/37
Beroep ingesteld op 13 juli 2018 — Prigent/Commissie
(Zaak T-436/18)
(2018/C 352/44)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Claude Prigent (Caudan, Frankrijk) (vertegenwoordiger: A. Bove, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het onderhavige verzoek tot nietigverklaring ontvankelijk verklaren;
—
ten gronde, het verzoek gegrond verklaren;
—
dientengevolge, het besluit van de Europese Commissie van 23 mei 2018 nietig verklaren op grond van het beginsel van nationale solidariteit zoals gedefinieerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie (algemeen rechtsbeginsel) en/of op grond van artikel 9 van het Verdrag betreffende de Europese Unie;
—
de zaak terugverwijzen naar de bevoegde instantie;
—
de nakoming van alle wettelijke plichten terzake gelasten;
—
de verwerende partij verwijzen in de kosten, en
—
verzoeker voorbehoud verlenen met betrekking tot alle andere rechten, aanspraken en acties.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker twee middelen aan.
1.
Het eerste middel berust op schending van het beginsel van nationale solidariteit zoals gedefinieerd door het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: „Hof”), dat een algemeen rechtsbeginsel is. Verzoeker betoogt in dit verband dat het Hof van oordeel is dat een voor een bepaalde categorie van de bevolking of werknemers bestemde regeling geen wettelijke regeling, maar een bedrijfsregeling is. Hij voert aan dat er, gelet op de discriminatie die bestaat tussen de zelfstandigen die verplicht zijn zich aan te sluiten bij de sociale regeling voor zelfstandigen (hierna „SRZ”), zelfs wanneer zij geen omzet realiseren of verlies lijden, en de anderen, zoals „auto-entrepeneurs” (micro-ondernemers), werknemers of ambtenaren, duidelijk geen sprake is van een wettelijke regeling.
Bovendien is verzoeker van mening dat het solidariteitsbeginsel, waarop de SRZ als wettelijk stelsel van sociale zekerheid volgens de Franse staat is gebaseerd, niet wordt geëerbiedigd door de SRZ aangezien verzoeker zelfs bij geringe inkomsten minimum- en forfaitaire bijdragen dient te betalen. Bovendien zou hem, wanneer hij onvoldoende bijdragen betaalt of deze te laat betaalt, zijn ziekte- of pensioenuitkering volledig kunnen worden ontnomen, wat niet het geval is voor andere Franse werknemers die zijn aangesloten bij een ander socialezekerheidsstelsel.
2.
Het tweede middel berust op schending van artikel 9 van het Verdrag betreffende de Europese unie, dat een gelijkheid tussen alle Europese burgers invoert, aangezien de waarde van de bijdragen aan de SRZ voor zelfstandigen zoals verzoeker niet ongunstig mag worden berekend ten opzichte van de andere Franse werknemers. Door geen gevolg te geven aan verzoekers klacht heeft de Commissie derhalve het beginsel van nationale solidariteit zoals door het Hof als algemeen rechtsbeginsel gedefinieerd, en artikel 9 van het Verdrag betreffende de Europese Unie geschonden, wat dient te resulteren in de nietigverklaring van haar besluit.
Full & Egal Universal Law Academy